Vindplaatsen van het woord rand in de apocriefe geschriften (1 vers):

2 MakkabeeŽn 10:26
En nedervallende op de rand, die tegenover het altaar is, baden dat hij hun wilde genadig zijn, en dat hij vijandig zou willen zijn tegen hun vijanden, en degenen tegenstaan die hen tegenstonden, gelijk de wet verklaart.