Vindplaatsen van het woord reeds in de apocriefe geschriften (9 verzen):

Tobias (Tobit) 3:21
Zeven zijn er mij reeds omgekomen; waartoe dient mij dan voortaan het leven?

Tobias (Tobit) 12:11
Ik zal voor ulieden geen zaak verbergen; ik heb reeds gezegd, dat het goed is de verborgenheden eens konings bedekt te houden, maar dat het heerlijk is de werken Gods te openbaren.

Boek der Wijsheid 18:9
Want de heilige kinderen der vromen offerden in het verborgen, en ordineerden de Goddelijke wet met eendracht, dat de heiligen beide derzelver goederen en gevaren tegelijk deelachtig zouden worden, zingende reeds tevoren de lof der vaderen.

Boek der Wijsheid 18:23
Want als nu reeds de doden met hopen over elkander gevallen lagen, stond hij tussen beiden, hieuw de toorn af en sneed de weg af tot de levenden.

Boek der Wijsheid 19:15
En zij plaagden met zware arbeid degenen, welke zij met feestviering ontvangen hadden, en die nu reeds medegenoten waren van hun rechten.

2 MakkabeeŽn 9:4
Waarom hij, in zijn gemoed verbolgen wordende, dacht dat bij het kwaad, dat hem aangedaan hadden degenen die hem verjaagd hadden, op de Joden zou verhalen; en daarom gelastte hij zijn voerman, dat hij zonder ophouden zou voortgaan, en de reis volbrengen; het oordeel uit de hemel hem reeds persende. Want hij sprak in hovaardigheid: Ik zal Jeruzalem maken tot een begraafplaats der Joden, als ik daar zal gekomen zijn.

2 MakkabeeŽn 15:9
En hen getroost hebbende uit de wet en de profeten, en hun ook in gedachtenis brengende de gevaren, die zij reeds hadden uitgestaan, zo heeft hij hen bemoedigd.

3 MakkabeeŽn 4:7
En haar mannen waren in hun bloeiende jeugd om de halzen met stroppen gebonden, inplaats van kronen; en brachten de overgebleven dagen der bruiloft door niet jammerlijk geschrei, inplaats van vreugde en jeugdige vrolijkheid, als die reeds de dood voor hun ogen gesteld zagen.

3 MakkabeeŽn 4:15
En als hij hen te harder dreigde, alsof zij met giften omgekocht waren om de Joden te doen ontvluchten, zo gebeurde het dat zij hem klaar bericht deden, als zij hem zeiden en bewezen, dat beide papier en schrijfpennen, die zij zouden gebruiken hun reeds ontbraken.