Vindplaatsen van het woord rok in de apocriefe geschriften (9 verzen):

3 Ezra 8:72
En zodra als ik dit hoorde, verscheurde ik mijn klederen, en mijn heilige rok; en ik plukte mijn haren van mijn hoofd, en van mijn baard, en ik zat vol gedachten en zeer treurig.

3 Ezra 8:74
En ik stond op van het vasten, hebbende de klederen verscheurd, en de heilige rok; en ik knielde neder, mijn handen uitstrekkende tot de Here, zeide ik:

4 Ezra 2:45
Welke mij antwoordde en zeide: Deze zijn het, die de sterfelijke rok hebben afgelegd, en de onsterfelijke hebben aangedaan, en hebben de naam Gods beleden; nu worden zij gekroond, en ontvangen palmtakken.

Boek der Wijsheid 18:24
Want op de lange rok was het gehele versiersel, en de heerlijkheid der vaderen in de vier rijen der stenen ingegraveerd en uw grootmogendheid op de hoed van zijn hoofd.

Jezus Sirach 45:10
Met onderbroeken, lange rok, en lijfrok;

Jezus Sirach 45:12
Met een heilige gouden, en hemelsblauwe en purperen rok, het werk van een borduurwerker; met de lap van het gericht, openbare tekenen der waarheid;

Baruch 5:2
Doe om de rok der gerechtigheid, die u door God gegeven is, en zet op uw hoofd de tulband der heerlijkheid van de eeuwige.

1 MakkabeeŽn 10:21
En Jonathan trok de heilige rok aan in de zevende maand van het honderdenzestigste jaar, op het feest der Loofhutten, en hij vergaderde krijgsvolk, en maakte vele wapenen gereed.

2 MakkabeeŽn 12:35
En een zekere DositheŁs, een ruiter van die van Bakenor, een kloek man, had Gorgias vast, en hem bij zijn rok vattende, leidde hem kloek henen; en als hij deze levend wilde vangen, zo kwam daar een vervloekt mens van de Thracische ruiters op hem aanvallen, en zijn schouder afhouwende, ontvluchtte Gorgias naar Marisa.