Vindplaatsen van het woord ribai in het oude testament (2 verzen):

2 Samuël 23:29
Heleb, de zoon van Baëna, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;

1 Kronieken 11:31
Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins; Benaja, de Pirhathoniet;