Vindplaatsen van het woord raadsheren in de apocriefe geschriften (4 verzen):

3 Ezra 8:12
Zo velen als er dan begerig zijn, dat zij mede trekken; gelijk het mij, en mijn zeven vrienden mijn raadsheren heeft goedgedacht:

3 Ezra 8:29
En die mij heeft geŽerd gemaakt voor de koning en zijn raadsheren, en al zijn vrienden, en zijn groten.

3 Ezra 8:56
En ik woog hun het zilver en het goud, en de heilige vaten van het huis onzes Heren, welke de koning, en zijn raadsheren, en de groten, en het ganse IsraŽl gegeven hadden.

Esther (apocr.) 13:3
Als ik nu mijn raadsheren vroeg hoe zulks zou mogen tot een goed einde gebracht worden, zo heeft Haman, die bij ons in voorzichtigheid uitmunt, en door zijn onveranderlijke goedwilligheid en standvastige getrouwheid beproefd is, en de tweede plaats van eer in onze koninkrijken verkregen heeft, ons vertoond,