Vindplaatsen van het woord stel in de apocriefe geschriften (20 verzen):

3 Ezra 1:27
Ik ben tegen u door God de Here niet uitgezonden, want mijn krijg is op de Eufraat; en nu, de Here is bij mij, en de Here is haastig bij mij; wend u af van mij, en stel u niet tegen de Here.

3 Ezra 8:26
En gij Ezra, naar de wijsheid Gods, stel tot rechters en scheidslieden, opdat zij gericht houden in geheel Syrië en Fenicië, al degenen die de wet uws Gods verstaan, leer hun, die haar niet verstaan.

4 Ezra 14:14
En doe van u weg de strefelijke gedachten; werp van u de menselijke lasten, en trek uit de zwakke natuur, en stel aan de ene zijde de raadslagen die u allerbezwaarlijkst zijn, en haast u om uit deze tijden te verhuizen.

4 Ezra 14:45
En het is geschied, als de veertig dagen geëindigd waren, dat de Allerhoogste tot mij sprak, en zeide: Stel de eerste dingen, die gij geschreven hebt, in het openbaar voor, en laat deze de waardigen en onwaardigen lezen.

Jezus Sirach 4:1
MIJN kind, laat het leven des armen geen gebrek lijden, en stel de behoeftige ogen niet uit.

Jezus Sirach 4:2
Bedroef de hongerige ziel niet, en stel niemand uit zijn behoefte.

Jezus Sirach 5:8
Verbeid niet u tot de Here te bekeren, en stel het niet uit dag op dag.

Jezus Sirach 7:24
Hebt gij dochters, neem acht op haar lichaam en stel uw aangezicht niet blijde tegen haar.

Jezus Sirach 12:12
Stel hem niet nevens u, opdat hij niet te eniger tijd u omgekeerd hebbende, zichzelf stelle op uw plaats, en zet hem niet aan uw rechterzijde, dat hij niet te eniger tijd zoeke uw zitplaats in te nemen, en gij ten laatste mijn woorden gewaar wordt, en vanwege mijn rede doorstoken wordt.

Jezus Sirach 13:5
Indien gij hem kunt bevorderlijk zijn, zal hij u te werk stel len, maar indien gij verachtert, zal hij u onderdrukken.

Jezus Sirach 29:11
Evenwel in de vernedering uws naasten zijt lankmoedig, en stel hem niet uit met uw aalmoes.

Jezus Sirach 30:23
Heb uw ziel lief, en troost uw hart, en stel droefheid verre van u.

Jezus Sirach 33:28
Stel hem aan het werk, gelijk hem betaamt.

Jezus Sirach 36:13
Vergader alle stammen Jakobs, en stel hen in hun erfdeel, gelijk van het begin.

Jezus Sirach 37:6
Vergeet uw vriend niet in uw hart, en stel hem niet in vergetelheid, wanneer gij geld hebt.

Jezus Sirach 42:8
Indien gij wat overgeeft, doe het bij getal en gewicht, en stel alles, uitgifte en ontvangst, in geschrift.

Esther (apocr.) 14:11
Geef, Here, uw scepter niet over aan degenen die niet zijn, en laat hen niet lachen over onze val, maar wend hun raad tegen hen, en stel die ten toon, die dat tegen ons heeft bedacht.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:10
De priesters zeiden: Zie, wij gaan henen uit; en gij heer koning, zet zelf de spijze daar, en stel de drank daar, nadat hij ingeschonken is, en sluit de deur toe, en verzegel die, met uw ring;

1 Makkabeeën 10:29
En nu stel ik u vrij, en ik ontsla, u ten gevalle, al de Joden, van de tollen, en van de impost van het zout, en van de kroongelden, en van het derde deel van het gezaaide.

1 Makkabeeën 11:56
En de jonge Antiochus schreef aan Jonathan, zeggende: Ik bevestig u in het hogepriesterschap, en stel u over de vier streken, en dat gij een van de vrienden des konings zult zijn.