Vindplaatsen van het woord saffier in het oude testament (5 verzen):

Exodus 28:18
En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier, en een Diamant.

Exodus 39:11
En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier en een Diamant.

Job 28:6
Haar stenen zijn de plaats van den saffier, en zij heeft stofjes van goud.

Job 28:16
Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier.

Klaagliederen 4:7
Zain. Haar bijzondersten waren reiner dan de sneeuw, zij waren witter dan melk; zij waren roder van lichaam dan robijnen, gladder dan een saffier.