Vindplaatsen van het woord sterven in de apocriefe geschriften (53 verzen):

4 Ezra 1:18
Waarom hebt gij ons in deze woestijn gebracht, om ons te doden? het ware ons beter geweest de Egyptenaars te dienen, dan in deze woestijn te sterven.

4 Ezra 7:29
En na die jaren zal mijn Zoon Christus sterven, en alle mensen die adem hebben.

4 Ezra 7:31
En het zal na zeven dagen geschieden, dat de wereld die nog niet ontwaakt is, zal opgewekt worden, en dat verdorven is, zal sterven.

4 Ezra 8:58
En hebben in hun hart gezegd, dat er geen God is, daar zij nochtans weten dat zij sterven moeten.

4 Ezra 10:18
En zij zeide tot mij: Ik zal dat niet doen, ik zal niet in de stad gaan, maar hier zal ik sterven.

4 Ezra 12:26
En dat gij gezien hebt, dat het grootste hoofd niet meer verscheen, dit is zijn verklaring, namelijk dat een van hen op zijn bed zal sterven, en nochtans met smarten.

4 Ezra 15:4
Want al de ongelovigen zullen in hun ongeloof sterven.

4 Ezra 15:58
En die op de bergen zijn, zullen van honger sterven, en zullen hun eigen vlees eten, en bloed drinken, door honger naar brood, en dorst naar water.

Tobias (Tobit) 3:6
En nu zeg ik, doe met mij naar hetgeen behagelijk is voor u; beveel dat men mijn geest van mij neme, opdat ik ontbonden mag zijn en tot aarde worden. Want het is mij nuttiger te sterven dan te leven, dewijl ik valse smaadwoorden gehoord heb, en veel droefheid in mij is; beveel dat ik nu verlost worde van deze nood, en opgenomen worde in de eeuwige plaatsen, en keer uw aangezicht van mij niet af.

Tobias (Tobit) 6:16
En nu, ik ben een enig kind mijns vaders, en vrees dat ik tot haar ingaande sterven zal, gelijk als de voorgaanden, dewijl een duivel haar liefheeft, die niemand leed doet, dan die tot haar ingaan. En nu vrees ik dat ik zou sterven, en ik zou het leven van mijn vader en van mijn moeder met smarten over mij in hun graf neder brengen, en zij hebben geen andere zoon die hen zou begraven.

Tobias (Tobit) 11:9
En Anna liep toe en viel haar zoon aan de hals, en zeide tot hem: Kind, ik heb u gezien, thans wil ik wel sterven; en zij weenden beiden.

Judith 6:6
En mijn knechten zullen u brengen op het gebergte, en zullen u stellen in een der steden van hun opgangen, en gij zult niet sterven totdat gij met hen verdelgd wordt. Indien gij nu met uw hart vertrouwt dat zij niet zullen gevangen worden, zo laat uw aangezicht niet vervallen, ik het het gesproken, en geen mijner woorden zal ontvallen.

Judith 7:16
Want het is ons beter, dat wij hun ten roof worden, zo zullen wij hun tot knechten zijn, en onze ziel zal leven, en wij zullen onze jonge kinderen met onze ogen niet zien sterven, en de zielen van onze vrouwen en kinderen versmachten.

Boek der Wijsheid 3:2
Zij schijnen in de ogen der dwazen te sterven, en hun uitgang wordt voor kwelling gerekend.

Boek der Wijsheid 3:18
Indien zij haast komen te sterven, zo zullen zij geen hoop hebben, noch troost in de dag des oordeels.

Boek der Wijsheid 4:7
Maar de rechtvaardige, indien hij vroeg komt te sterven, zal in de rust zijn.

Jezus Sirach 8:8
Verblijd u niet over de dood van uw grootste vijand, gedenk dat wij allen sterven zullen.

Jezus Sirach 10:11
De medicijnmeester houdt een lange ziekte af, en heden is iemand koning, en morgen zal hij sterven.

Jezus Sirach 11:19
Wanneer hij zegt: Ik heb rust gevonden, nu zal ik van mijn goederen eten zonder ophouden, en hij weet niet wat tijd hem overkomen zal, en hij zal ze anderen nalaten en sterven.

Jezus Sirach 14:18
Alle vlees veroudert gelijk een kleed, want het verbond van de eeuw aan is dit: Gij zult de dood sterven.

Jezus Sirach 16:4
En het is beter zonder kinderen te sterven, dan goddeloze kinderen te hebben.

Jezus Sirach 19:10
Hebt gij wat gehoord, laat het bij u sterven, en zijt welgemoed, want het zal u niet doen barsten.

Jezus Sirach 25:29
Van de vrouw is het begin der zonde, en om harentwil sterven wij allen.

Jezus Sirach 40:28
Mijn kind, leef geen bedelaarsleven; het is beter sterven dan bedelen.

Baruch 4:1
DEZE wijsheid is het boek der geboden Gods, en de wet die in eeuwigheid bestaat. Allen die haar onderhouden is zij ten leven, maar die haar verlaten zullen sterven.

Esther (apocr.) 11:7
En al het rechtvaardige volk werd beroerd, vrezende hun ongeval, en zij bereidden zich om te sterven.

Esther (apocr.) 15:8
En God veranderde het hart van de koning tot goedheid, en hem werd bange, en hij sprong af van zijn troon, en omving haar met zijn armen, totdat zij tot zichzelf kwam, en troostte haar met woorden des vredes, en zeide tot haar: Wat is u Esther? ik ben uw broeder, zijt goedsmoeds, gij zult niet sterven, want dit gebod is ons gemeen.

Susanna (Dan. 13) 1:41
En de vergadering geloofde hen als oudsten en rechters van het volk, en veroordeelden haar om te sterven.

Susanna (Dan. 13) 1:43
Gij weet dat zij leugens tegen mij getuigen, en zie ik moet sterven daar ik niets gedaan heb van hetgeen deze tegen mij boos getuigen.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:7
En de koning vertoornd zijnde, deed zijn priesters roepen en zeide tot hen: Indien gijlieden mij niet zegt wie deze kost opeet, zo zult gij sterven.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:8
Maar indien gijlieden bewijzen zult, dat Bel deze dingen opeet, zo zal Daniël sterven, want hij heeft tegen Bel gelasterd; en Daniël zeide tot de koning: Het geschiede naar uw woord.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:11
En kom morgen vroeg, en indien gij niet vindt dat alles door Bel opgegeten is, zo zullen wij sterven, of Daniël zal sterven die tegen ons heeft gelogen.

1 Makkabeeën 1:6
En na deze viel hij te bed; en wetende dat hij sterven zou,

1 Makkabeeën 1:53
Zo wie niet zou doen naar dit woord des konings, die zou moeten sterven.

1 Makkabeeën 1:67
En verkoren liever te sterven, opdat zij zich niet zouden besmetten met de spijzen, noch het heilig verbond ontheiligen en zijn gestorven.

1 Makkabeeën 2:37
Laat ons allen sterven in onze eenvoudigheid. De hemel en aarde getuigen over ons, dat gij ons ten onrechte ombrengt.

1 Makkabeeën 2:41
En zij besloten een raad op die dag, zeggende: Zo daar enig mens zal komen tegen ons te strijden op de dag des sabbats, laat ons tegen hem ook strijden, en laat ons niet allen sterven gelijk onze broeders in de holen gestorven zijn.

1 Makkabeeën 2:49
En als de dagen naderden dat Mattathias zou sterven, zeide hij tot zijn zonen: Nu is de hoogmoed gevestigd, en de kastijding, en nu is de tijd der verwoesting, en de grimmige toorn.

1 Makkabeeën 3:59
Want het is beter dat wij in de strijd sterven, dan dat wij zouden aanzien de ellenden van ons volk en van ons heiligdom.

1 Makkabeeën 4:35
Lysias nu, ziende de vlucht van zijn slagorden, en de stoutheid van Judas' leger, die getoond was, en hoe bereid de Joden waren om eerlijk of te leven of te sterven, trok op naar Antiochië, nam vreemd volk aan, en zijn leger, dat hij had, vermeerd hebbende, besloot hij, weder gesterkt zijnde, in Judea te komen.

1 Makkabeeën 6:9
En hij was daar vele dagen, omdat over hem de grote droefenis vernieuwd werd, en hij meende dat hij zou sterven.

1 Makkabeeën 9:10
En Judas zeide: Dat zij verre van mij, dat ik zulk een zaak zou doen, dat ik voor hen zou vlieden; zo onze tijd nabij gekomen is, laat ons dan mannelijk sterven om onzer broederen wil, en laat ons niet achterlaten enige beschuldiging tegen onze eer.

2 Makkabeeën 6:28
En zal de jongelieden een heerlijk voorbeeld nalaten, om voor de eerwaardige en heilige wetten gewillig en kloek een eerlijke dood te sterven. En als hij dit gezegd had, is hij terstond gegaan naar de pijnigingsplaats.

2 Makkabeeën 6:30
En als hij nu door de slagen sterven zou, zeide hij al zuchtende: Aan de Here, die een heilige wetenschap heeft, is bekend dat ik, kunnende van de dood bevrijd worden, zware pijnen in mijn lichaam verdrage, gegeseld zijnde, en dat ik naar de ziel dit gewillig lijde, om zijner vreze wil.

2 Makkabeeën 7:2
En een hunner, die voor de anderen sprak, zeide aldus: Wat wilt gij ons vragen, en van ons weten? want wij zijn bereid liever te sterven, dan de wetten onzer vaderen te overtreden.

2 Makkabeeën 7:5
Als hem nu alle leden onbruikbaar waren gemaakt, zo beval de koning dat men hem, die nog zijn adem haalde, aan het vuur zou brengen, en in de pan braden; en als de damp uit de pan zich zeer verspreidde, zo vermaanden zij elkander met de moeder kloekmoedig te sterven;

2 Makkabeeën 7:9
En als hij nu in de uiterste adem was, zeide hij: Gij booswicht, gij beneemt ons wel het tegenwoordige leven, maar de koning der wereld zal ons, die voor zijn wetten sterven, tot een eeuwige opstanding des levens weder opwekken.

2 Makkabeeën 7:14
En als hij sterven zou, sprak hij aldus: Het is beter de hoop, die van mensen is, te verwisselen, en de hoop die van God is te verwachten, om van hem weder opgewekt te worden, doch voor u zal geen opstanding ten leven zijn.

2 Makkabeeën 7:18
Na deze brachten zij de zesde voor, en als hij sterven zou, zeide hij: Dwaal niet tevergeefs, want wij lijden deze dingen om ons zelfs wil, omdat wij tegen onze God gezondigd hebben; want daar zijn aan ons dingen geschied die verwondering waardig zijn.

2 Makkabeeën 8:21
Waarmee hij hen stoutmoedig gemaakt hebbende, en bereid om voor de wetten en het vaderland te sterven,

2 Makkabeeën 14:42
Willende liever kloekmoedig sterven, dan vallen in de handen van deze schelmen, en smaadheid lijden, die zijn eerlijk geslacht onbetamelijk was.

3 Makkabeeën 1:19
Daarbenevens sommigen van de burgers verstoutten zich en wilden het niet toestaan; als hij eindelijk aanhield, en zijn voornemen dacht te volbrengen, riepen zij dat men de wapenen grijpen en mannelijk voor de vaderlijke wet sterven zou, en zij maakten aan die plaats een grote verbittering.

3 Makkabeeën 6:28
Toen hielden zij (die tevoren versmaadheid leden, en nabij het graf, ja veel meer daarin gegaan waren), in plaats van een bittere en zeer beklagelijke dood te sterven, een maaltijd des behouds, en vervuld met blijdschap, deelden zij de plaats af, die hun ten val en ten grave bereid was, in verscheidene gezelschappen.