Vindplaatsen van het woord suah in het oude testament (3 verzen):

Genesis 25:2
En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.

1 Kronieken 1:32
De kinderen nu van Ketura, Abrahams bijwijf: die baarde Zimram, en Joksan, en Medan, en Midian, en Isbak, en Suah. En de kinderen van Joksan waren Scheba en Dedan.

1 Kronieken 7:36
De kinderen van Zofah waren Suah, en Harnefer, en Sual, en Beri, en Jimra,