Vindplaatsen van het woord schoonheid in de apocriefe geschriften (28 verzen):
4 Ezra 10:50
En nu ziet de Allerhoogste, dat gij van harte bedroefd zijt, en omdat gij van ganser harte bekommerd zijt over haar, zo heeft hij u de klaarheid van haar heerlijkheid getoond, en de schoonheid van haar versiersel.
4 Ezra 15:54
Versier nu de schoonheid uws aanschijns!
Judith 10:7
Als zij nu haar zagen, en hoe haar aangezicht hersteld en haar kleding veranderd was, zo verwonderden zij zich uitermate zeer over haar schoonheid.
Judith 10:14
Als nu de mannen haar woorden hoorden, en haar aangezicht aanmerkten, zo was het voor hen zeer wonderlijk in schoonheid.
Judith 10:16
Wanneer gij nu voor hem staat, zo zijt niet bevreesd in uw hart, maar boodschap hem naar uw woorden, en hij zal u weldoen. En zij verkozen uit zich honderd mannen, en voegden die bij haar en haar maagd, en die brachten haar aan de tent van Holofernes, en daar kwam een oploop door het gehele leger, want haar aankomst werd ruchtbaar door de tenten. En zij kwamen en omringden haar, gelijk zij stond buiten de tent van Holofernes, totdat zij hem de boodschap van haar gedaan hadden. En zij waren verwonderd over haar schoonheid, en zij verwonderden zich over de kinderen Israëls om harentwil, en de een zeide tot de ander: Wie zou dit volk kunnen verachten, dat zodanige vrouwen onder zich heeft; daarom is het niet goed dat één man van hen overblijve, welke overgelaten zijnde het gehele land door listigheid zou kunnen bedriegen.
Judith 10:19
En als Judith voor zijn aangezicht en dat zijner dienaren kwam, verwonderden zij zich allen over de schoonheid haars aanschijns, en zij, nedervallende op haar aangezicht, aanbad hem, en zijn dienstknechten richtten haar op.
Judith 11:19
Daar is dergelijke vrouw niet van het ene einde der aarde tot het andere einde, in schoonheid van aangezicht, en wijsheid van spreken.
Judith 16:8
Want hun machtige is niet gevallen door jonge mannen, en de kinderen der Titanen hebben hem niet verslagen, en de grote reuzen hebben hem niet aangegrepen, maar Judith, de dochter van Merari, heeft hem machteloos gemaakt, door de schoonheid van haar aangezicht.
Judith 16:11
Haar schone pantoffelen hebben zijn oog weggerukt, en haar schoonheid heeft zijn ziel gevangen genomen, en de sabel is door zijn hals gegaan.
Boek der Wijsheid 8:2
Deze heb ik liefgehad en uitgezocht van mijn jonkheid aan, en haar gezocht voor mij te nemen tot een bruid, en ben geworden een liefhebber van haar schoonheid.
Boek der Wijsheid 13:3
Indien zij nu, in hun schoonheid vermaak scheppende, deze voor goden aannamen, dat zij dan erkennen hoeveel beter de Here daarvan is; want de oorspronkelijke beginner der schoonheid heeft deze dingen geschapen.
Boek der Wijsheid 13:5
Want uit de grootte en schoonheid der schepselen wordt hun oorspronkelijke werkmeester beschouwd, daarbij vergeleken zijnde.
Jezus Sirach 6:15
Daar is geen verwisseling tegen een getrouwe vriend, en daar is geen gewicht zijner schoonheid.
Jezus Sirach 9:8
Wend uw oog af van een schone vrouw, en beschouw geen vreemde schoonheid.
Jezus Sirach 9:9
Want door de schoonheid der vrouw zijn velen verleid geworden, en uit deze wordt de liefde als een vuur aangestoken, en leg u niet neder met haar in de armen.
Jezus Sirach 11:2
Prijs niemand vanwege zijn schoonheid, en heb geen gruwel aan iemand, om zijn voorkomen.
Jezus Sirach 25:25
Geef u niet over aan de schoonheid van een vrouw, en begeer geen vrouw tot wellust.
Jezus Sirach 26:17
Gelijk de zon opgaande in de hoogste plaatsen des Heren, zo is ook de schoonheid van een goede vrouw in het sieraad van haar huis.
Jezus Sirach 26:18
Gelijk het licht op de heilige kandelaar glinstert, zo is ook de schoonheid van haar aangezicht in de staande ouderdom.
Jezus Sirach 36:24
De schoonheid der vrouw verblijdt het aangezicht, en gaat alle lust des mensen te boven.
Jezus Sirach 42:15
Zie niet op de schoonheid van enig mens, en zit niet in het midden der vrouwen.
Jezus Sirach 43:10
De schoonheid des hemels is dat heerlijk gesternte, een sieraad lichtende in de hoogste plaatsen des Heren.
Jezus Sirach 43:20
Het oog is verwonderd over de schoonheid van haar witheid, en het hart wordt ontsteld over haar regen.
Esther (apocr.) 15:5
Zij was blozende in de jeugd van haar schoonheid, en haar aangezicht was vrolijk, en als vriendelijk, maar haar hart was benauwd van vrees.
Susanna (Dan. 13) 1:32
Daarom bevalen deze booswichten dat zij haar aangezicht zou ontdekken, want zij was gedekt, opdat zij zich aan haar schoonheid mochten verzadigen.
Susanna (Dan. 13) 1:56
En als hij deze had doen weggaan, beval hij dat men de ander zou voorbrengen, en zeide tot hem: Gij zaad van Kanaän en niet van Juda, de schoonheid heeft u bedrogen, en de begeerlijkbeid heeft uw hart verkeerd.
1 Makkabeeën 1:27
Want de oversten en ouderlingen zuchtten; de maagden en de jongelingen werden verzwakt, en de schoonheid der vrouwen werd veranderd.
1 Makkabeeën 2:12
En ziet, onze heiligdommen en onze schoonheid, en onze heerlijkheid zijn verwoest, en de heidenen hebben deze ontheiligd.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst