Vindplaatsen van het woord spreuk in de apocriefe geschriften (3 verzen):

3 Ezra 3:5
Laat ons ieder een spreuk zeggen, WIE DE STERKSTE IS; en wiens woord wijzer zal schijnen dat dat des anderen, hem zal de koning Darius grote giften en grote overwinningstekenen geven.

3 Ezra 3:8
Toen schreef een ieder zijn eigen spreuk, en verzegelde die, en legde ze onder het oorkussen des konings Darius,

Jezus Sirach 20:20
Een spreuk komende uit de mond eens dwazen zal verworpen worden, want hij spreekt die niet op de bekwame tijd.