Vindplaatsen van het woord schoor in het oude testament (4 verzen):

Genesis 41:14
Toen zond Farao en riep Jozef en zij deden hem haastelijk uit den kuil komen; en men schoor hem, en men veranderde zijn klederen; en hij kwam tot Farao.

1 Samuël 25:4
Als David hoorde in de woestijn, dat Nabal zijn schapen schoor,

2 Samuël 10:4
Toen nam Hanun Davids knechten, en schoor hun baard half af, en sneed hun klederen half af, tot aan hun billen; en hij liet hen gaan.

Job 1:20
Toen stond Job op, en scheurde zijn mantel, en schoor zijn hoofd, en viel op de aarde, en boog zich neder;