Vindplaatsen van het woord stelde in de apocriefe geschriften (43 verzen):

3 Ezra 1:2
En stelde de priesters, die met lange klederen waren aangedaan, naar hun dagordening in de tempel des Heren.

3 Ezra 1:29
Maar hij stelde zich om te strijden tegen hem in het veld Megiddo, en de oversten kwamen af tegen de koning Josia.

3 Ezra 1:37
En de koning van Egypte stelde zijn broeder Jojakim tot koning over Juda en Jeruzalem;

4 Ezra 5:15
Maar de engel die gekomen was en met mij sprak, hield mij op, en versterkte mij, en stelde mij op mijn voeten.

4 Ezra 10:30
En ik lag als een dode, en mijn verstand was mij benomen, en hij nam mij bij de rechterhand, en sterkte mij, en stelde mij op mijn benen, en zeide tot mij:

Tobias (Tobit) 1:25
En Achiachar verzocht het voor mij, en ik kwam weder te Nineve. Achiachar nu was schenker, en zegelbewaarder, en huisverzorger, en rekenmeester, en Achirdonus stelde hem de tweede naast zich, en hij was de zoon mijns broeders.

Tobias (Tobit) 7:9
En zij ontvingen hen vriendelijk, en slachtten een ram van de schapen, en zetten hun veel spijs voor. Maar Tobias zeide tot Rafaël: Broeder Azarias, spreek nul van hetgeen waarvan gij gezegd hebt op de weg, en laat de zaak volbracht worden; en hij stelde Raguël die rede voor.

Judith 1:3
En stelde zijn torens op de poorten dezer stad, van honderd ellen in de hoogte.

Judith 2:2
En hij riep al zijn dienstknechten, en al zijn groten bijeen, en hij stelde hun voor de verborgenheid van zijn raad, en hij verhaalde met zijn eigen mond al het kwaad van dat land.

Judith 16:28
En zij nam zeer toe, en was zeer groot, en zij werd oud in het huis haars mans, honderdenvijf jaren, en zij stelde haar maagd in vrijheid, en zij stierf te Bethulië, en zij begroeven haar in de spelonk van haar man Manasse, en het huis Israëls droeg zeven dagen lang rouw over haar.

Boek der Wijsheid 18:21
Want de onstrafbare man kwam haastig en streed voor hen, brengende de wapenen van zijn dienst, namelijk het gebed en de verzoening door het reukwerk, en stelde zich tegen de gramschap en maakte een einde aan de jammer, betonende dat hij uw dienstknecht was.

1 Makkabeeën 1:19
En hij stelde de krijg aan tegen Ptolomeüs, de koning van Egypte; en Ptolomeüs vreesde voor zijn aangezicht, en vluchtte.

1 Makkabeeën 3:55
En na deze stelde Judas oversten des volks, oversten over duizend, en oversten over honderd, oversten over vijftig, en oversten over tien.

1 Makkabeeën 5:42
Als nu Judas nabij de beek des waters kwam, zo stelde hij de schrijvers des volks, en hij beval hun, zeggende: Laat geen mens zich nederzetten, maar dat zij allen komen ten strijde.

1 Makkabeeën 6:14
En hij riep Filippus, een van zijn vrienden, en stelde hem over zijn ganse koninkrijk;

1 Makkabeeën 6:17
En Lysias, verstaande dat de koning gestorven was, stelde Antiochus, zijn zoon, om koning te zijn in zijn plaats, welke hij in zijn jeugd opgevoed heeft, en noemde zijn naam Eupator.

1 Makkabeeën 6:50
En de koning nam Bethsura in, en stelde daar een bezetting om ze te bewaren.

1 Makkabeeën 6:51
En hij sloeg zijn leger tegen het heiligdom vele dagen, en hij stelde daar stormgereedschap en instrumenten van geweld om vuur en stenen te werpen; en schorpioenen, om pijlen te werpen en te slingeren.

1 Makkabeeën 7:20
En hij stelde Alcimus over het land, en hij liet bij hem krijgsvolk, dat hem zou helpen; en Bacchides trok heen naar de koning.

1 Makkabeeën 9:25
En Bacchides verkoor goddeloze mannen en stelde hen tot heren des lands.

1 Makkabeeën 9:52
En hij maakte de stad van Bethsura sterk, en Gazara, en Acram, en hij stelde daarin krijgslieden en voorraad van spijs.

1 Makkabeeën 10:65
En de koning verheerlijkte hem, en schreef hem onder zijn voornaamste vrienden, en hij stelde hem tot een overste van het krijgsvolk, en tot een metgezel in de regering.

1 Makkabeeën 10:69
En Demetrius stelde Apollonius, die over Celo-Syrië was gezet, en vergaderde een grote krijgsmacht, en legerde zich in Jamnia, en zond tot Jonathan, de hogepriester, zeggende:

1 Makkabeeën 11:3
En als Ptolomeüs nu in de steden kwam, stelde hij in iedere stad krijgsvolk tot bezetting.

1 Makkabeeën 11:37
En Demetrius ziende dat het land voor hem in stilte was, en dat daar niets was dat zich tegen hem stelde, zo heeft hij al zijn krijgsvolk laten gaan, een ieder naar zijn plaats; uitgenomen het vreemde krijgsvolk, dat hij van de vreemde eilanden en volken had aangenomen; daarom al het krijgsvolk, dat hij van zijn vaderen ontvangen had, is hem hatende geworden.

1 Makkabeeën 11:58
En hij stelde zijn broeder Simon tot een overste van de gewesten van Tyrus af, tot de landpalen van Egypte toe.

1 Makkabeeën 12:27
Als nu de zon ondergegaan was, gebood Jonathan, dat degenen die met hem waren zouden waken, en in de wapenen zijn, en zich gereed houden tot de strijd, de gehele nacht; en hij stelde buitenwachten rondom het leger.

1 Makkabeeën 12:34
Want horende, dat zij de sterkte wilden overgeven aan die het met Demetrius hielden, zo stelde hij daar een bezetting in, om ze te bewaren.

1 Makkabeeën 13:28
En hij stelde daarop zeven pyramiden, de ene recht over de andere, voor zijn vader, zijn moeder, en zijn vier broeders.

1 Makkabeeën 13:48
En hij wierp uit haar alle onreinheid, en stelde daarin om te wonen mannen, die de wet onderhielden, en hij versterkte haar, en bouwde zichzelf daarin een woonplaats.

1 Makkabeeën 13:52
En hij stelde in, dat die dag jaarlijks met verheuging zou gevierd worden.

1 Makkabeeën 14:3
Deze trok heen en sloeg het leger van Demetrius, en hij kreeg hem, en bracht hem tot Arsaces, en die stelde hem in de gevangenis.

1 Makkabeeën 14:7
En hij vergaderde vele gevangenen, en vermeesterde Gazara en Bethsura, en de burcht; en hij nam de onreinheden daaruit weg, en er was niemand, die zich tegen hem stelde.

1 Makkabeeën 14:34
En hij versterkte ook Joppe, aan de zee gelegen, en Gazara in de landpalen van Azote, waarin de vijanden tevoren hadden gewoond, en hij stelde daar Joden om te wonen, en al wat dienstig was tot hun wederoprichting stelde hij daarin.

1 Makkabeeën 14:37
En in deze burcht stelde Simon Joodse mannen om te wonen, en versterkte deze tot verzekering van het land en van de stad, en hij trok de muren van Jeruzalem op.

1 Makkabeeën 15:38
En de koning stelde Cendebeüs tot een overste van de zeekant, en gaf hem krijgsvolk, te voet en te paard.

1 Makkabeeën 16:7
En hij deelde het volk, en stelde de ruiters in het midden van het voetvolk, doch de ruiterij van de vijanden was zeer veel.

2 Makkabeeën 4:27
En Menelaüs heeft wel het opperste gezag verkregen, maar hij stelde gans geen orde aangaande het geld, dat hij de koning beloofd had, hoewel Sostrates, de overste van de burcht het eiste.

2 Makkabeeën 10:11
Want deze, het koninkrijk ontvangen hebbende, stelde over zijn zaken een zekere Lysias, die de opperste veldoverste was over Celo-Syrië en Fenicië.

2 Makkabeeën 12:20
En Judas Makkabeüs, zijn leger in slag-orden gesteld hebbende, bij hopen, stelde hen over die hopen, en viel op Timotheüs aan, die bij zich had honderdentwintigduizend te voet, en tweeduizendvijfhonderd te paard.

2 Makkabeeën 13:26
Doch Lysias, klimmende op de rechterstoel, verantwoordde dat bekwamelijk, en stelde hen tevreden, en stilde hen, en maakte hen goedgunstig, zodat hij vertrekken kon naar Antiochië. En zo is het gegaan met des konings aankomst en vertrek.

2 Makkabeeën 14:22
En Judas stelde enigen, die in de wapenen waren, in bekwame plaatsen, om gereed te zijn, opdat van de vijanden niet te eniger tijd onvoorziens een schelmstuk zou geschieden; en zo hebben zij een gevoegelijke samenspreking gehad.

3 Makkabeeën 6:1
En een zekere Eleazar, een voortreffelijk man, een uit de priesters van het land, die nu in ouderdom tot zijn jaren gekomen, en met alle deugd in dit leven versierd was, stelde de ouden rondom zich, om de heilige God met hem aan te roepen, en bad aldus: