Vindplaatsen van het woord smeking in de apocriefe geschriften (8 verzen):

4 Ezra 8:24
Verhoor het gebed uws dienaars, en vat met uw oren de smeking van uw maaksel.

Jezus Sirach 21:6
De smeking van de arme gaat uit de mond tot aan zijn oren, en zijn oordeel komt haastig.

Jezus Sirach 35:14
De Here zal het aangezicht desgenen die zich tegen de arme stelt niet aannemen, maar de smeking desgenen die onrecht lijdt zal hij verhoren.

Jezus Sirach 51:14
Ik zal uw naam prijzen zonder ophouden, en u lofzingen met dankzegging, en mijn smeking is verhoord geweest.

Baruch 2:14
Verhoor, Here, ons gebed en onze smeking, en trek ons hieruit om uwentwil, en geef ons genade voor het aanschijn dergenen, die ons weggevoerd hebben.

Baruch 4:20
Ik heb het kleed des vredes uitgetogen, en heb de zak mijner smeking aangedaan, ik zal tot de eeuwige roepen in mijn dagen.

1 Makkabeeën 7:37
Here, gij hebt dit huis uitverkoren, dat uw naam daarin zou aangeroepen worden, en dat het uw volk zou zijn een huis des gebeds en der smeking;

1 Makkabeeën 11:48
En die van de stad ziende dat de Joden de stad bemachtigd hadden, gelijk zij wilden, zijn in hun gemoed verslagen geworden, en riepen tot de koning met smeking,