Vindplaatsen van het woord schuldeiser in het oude testament (3 verzen):

1 Samuël 22:2
En tot hem vergaderde alle man, die benauwd was, en alle man, die een schuldeiser had, en alle man, wiens ziel bitterlijk bedroefd was, en hij werd tot overste over hen; zodat bij hem waren omtrent vierhonderd mannen.

Psalmen 55:16
Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.

Psalmen 109:11
Dat de schuldeiser aansla al wat hij heeft, en dat de vreemden zijn arbeid roven.