Vindplaatsen van het woord spiesen in de apocriefe geschriften (3 verzen):

Judith 7:9
Want dit volk van de kinderen Israëls verlaat zich niet op hun spiesen, maar op de hoogte van hun bergen, waarin zij wonen, want het is niet licht de spitsen van hun bergen te beklimmen.

2 Makkabeeën 5:3
En hopen paarden in slagorde gesteld, en treffen dat op elkander geschiedde, en aanlopen tegen elkander, en beweging der schilden, een grote menigte van spiesen, en schieten van pijlen, en blinken van de gouden versierselen en allerlei borstwapenen.

2 Makkabeeën 15:11
En wapende zo een ieder van hen, niet zozeer met zekerheid van schilden en spiesen, als met vermaning van goede woorden en hun daarbij verhaald hebbende een geloofwaardige droom, maakte hij hen allen tezamen zeer verheugd.