Vindplaatsen van het woord stilt in het oude testament (4 verzen):

Job 34:29
Als Hij stilt, wie zal dan beroeren? Als Hij het aangezicht verbergt, wie zal Hem dan aanschouwen, zowel voor een volk, als voor een mens alleen?

Psalmen 65:8
Die het bruisen der zeeën stilt, het bruisen harer golven, en het rumoer der volken.

Psalmen 89:10
Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze.

Prediker 10:4
Als de geest des heersers tegen u oprijst, verlaat uw plaats niet; want het is medicijn, het stilt grote zonden.