Vindplaatsen van het woord stelt in de apocriefe geschriften (7 verzen):

Judith 8:15
Doch stelt gij de raadslagen van de Here, onze God, niet ten pand, want God is niet als een mens, dat hij zou bedreigd worden, noch als een zoon des mensen, dat hij zou geoordeeld worden.

Boek der Wijsheid 2:12
Laat ons op de rechtvaardige loeren, want hij is ons nadelig, en stelt zich tegen onze werken, en verwijt ons de zonden begaan tegen de wet, en maakt gerucht van ons vanwege de zonden onzer wandeling.

Jezus Sirach 14:24
Wie nabij haar huis herberg neemt en in haar muren zijn paal slaat, zijn tabernakel naar haar hand stelt,

Jezus Sirach 29:6
Maar wanneer hij het behoort weder te geven, dan stelt hij de tijd uit, en geeft reden van zijn zorgeloosheid en wijt het de tijd.

Jezus Sirach 35:14
De Here zal het aangezicht desgenen die zich tegen de arme stelt niet aannemen, maar de smeking desgenen die onrecht lijdt zal hij verhoren.

Jezus Sirach 41:27
Van te veel u met anderen te bemoeien, en van een dienstmaagd, stelt u niet bij haar bed.

1 Makkabeeën 2:50
Nu dan mijn kinderen, ijvert voor de wet en stelt uw zielen voor het verbond uwer vaderen.