Vindplaatsen van het woord schouwt in het oude testament (8 verzen):

Numeri 23:21
Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israël. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.

Job 28:24
Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen.

Job 36:25
Alle mensen zien het aan; de mens schouwt het van verre.

Psalmen 33:13
De HEERE schouwt uit den hemel, en ziet alle mensenkinderen.

Jesaja 30:10
Die daar zeggen tot de zieners: Ziet niet; en tot de schouwers: Schouwt ons niet, wat recht is; spreekt tot ons zachte dingen, schouwt ons bedriegerijen.

Jesaja 33:20
Schouwt Sion aan, de stad onzer bijeenkomsten; uw ogen zullen Jeruzalem zien, een geruste woonplaats, een tent, die niet ter neder geworpen zal worden, welker pinnen in der eeuwigheid niet zullen uitgetogen worden, en van welker zelen geen verscheurd worden.

Jesaja 42:18
Hoort, gij doven! en schouwt aan, gij blinden! om te zien.

Klaagliederen 1:12
Lamed. Gaat het ulieden niet aan, gij allen, die over weg gaat? Schouwt het aan en ziet, of er een smart zij gelijk mijn smart, die mij aangedaan is, waarmede de HEERE mij bedroefd heeft ten dage der hittigheid Zijns toorns.