Vindplaatsen van het woord strijd in de apocriefe geschriften (31 verzen):
3 Ezra 1:30
En de koning zeide tot zijn knechten: Voert mij af uit de strijd, want ik ben zeer zwak. En zijn knechten voerden hem terstond af uit de slagorden.
4 Ezra 15:15
Dewijl het zwaard nadert, en hun ondergang, en het ene volk zal tegen het andere opstaan ten strijd, en het zwaard zal in hun handen zijn.
4 Ezra 16:41
Hoort het woord, mijn volk, bereidt u ten strijd, en zijt in het ongeval zo, als de vreemdelingen der aarde.
Boek der Wijsheid 4:2
Als zij tegenwoordig is, zo volgt men haar na, en gaat zij weg, zo verlangt men naar haar, en in de toekomende eeuw draagt zij een kroon, en triomfeert, nadat zij de strijd der prijzen, die onbevlekt zijn, gewonnen heeft.
Boek der Wijsheid 10:12
Zij bewaarde hem van de vijanden, en maakte hem zeker tegen degenen, die hem lagen legden, en in die sterke strijd heeft zij hem de prijs der overwinning gegeven, opdat hij zou weten dat de godzaligheid machtiger is dan alles.
Boek der Wijsheid 14:22
Daarenboven was het niet genoeg omtrent de kennis van God te dwalen, maar ook levende in een grote strijd der onwetendheid, hebben zij zulke kwade dingen nog vrede genoemd.
Boek der Wijsheid 15:9
Maar hij is bezorgd, niet omdat hij moeite zal hebben, noch omdat hij een kortdurend leven heeft, maar omdat hij om strijd arbeidt met de goudsmeden en zilversmeden, en dat hij het de koperslagers nadoet, en acht het een eer te zijn, dat hij valse dingen maakt.
Jezus Sirach 8:1
STRIJD met geen machtig mens, dat gij niet misschien in zijn handen valt.
Jezus Sirach 8:4
Strijd niet met een klapachtig mens, en hoop geen hout op zijn vuur.
Jezus Sirach 8:19
Verwek geen strijd met een toornige, en ga niet met hem door de woestijn, gelijk als niets is het bloed in zijn ogen, en waar geen hulp is, daar zal hij u ter neder werpen.
Jezus Sirach 27:14
De spraak desgenen die veel zweert, doet de haren overeind staan, en hun strijd maakt dat men de oren toestoppen moet.
Jezus Sirach 28:9
Onthoud u van strijd, en gij zult de zonden verminderen, want een toornig mens ontsteekt de strijd.
1 Makkabeeën 2:35
En zij haastten met de strijd tegen hen.
1 Makkabeeën 3:44
En de vergadering kwam bijeen, om gereed te zijn tot de strijd, en om te bidden, en barmhartigheid en ontferming te verzoeken.
1 Makkabeeën 3:59
Want het is beter dat wij in de strijd sterven, dan dat wij zouden aanzien de ellenden van ons volk en van ons heiligdom.
1 Makkabeeën 5:19
En hij beval hun, zeggende: Weest over dit volk, en begint de strijd niet tegen de heidenen, totdat wij zullen wedergekeerd zijn.
1 Makkabeeën 5:31
En Judas zag dat de strijd was aangevangen, en het geroep der stad ging op tot de hemel toe, met trompetten en met een grote stem, en hij zeide tot de mannen van zijn krijgsheer:
1 Makkabeeën 5:67
En die dag vielen de priesters in de strijd, daar zij een mannelijke daad wilden doen, omdat zij ten strijde trokken zonder raad.
1 Makkabeeën 6:34
En zij toonden de olifanten het sap van wijndruiven, en van moerbeziën, om hen tot de strijd te moediger te maken.
1 Makkabeeën 7:28
Zeggende: Laat geen strijd zijn tussen mij en ulieden. Ik zal komen met weinig mannen, opdat ik uw aangezichten mag zien met vrede.
1 Makkabeeën 7:43
En de legers kwamen met elkander te strijden, op de dertiende dag der maand Adar, en het leger van Nicanor werd vermorzeld, en hij zelf was de eerste, die in deze strijd viel.
1 Makkabeeën 8:5
En dat zij Filippus, en Perseus, koningen van Macedonië, die tegen hen opgestaan waren in de strijd, vermorzeld en hen overwonnen hadden;
1 Makkabeeën 9:17
En de strijd werd geweldig, en daar vielen vele gekwetsten aan de ene en de andere zijde.
1 Makkabeeën 9:47
En de strijd ving aan, en Jonathan strekte zijn hand uit om Bacchides te slaan, en hij ontweek hem naar achteren.
1 Makkabeeën 12:27
Als nu de zon ondergegaan was, gebood Jonathan, dat degenen die met hem waren zouden waken, en in de wapenen zijn, en zich gereed houden tot de strijd, de gehele nacht; en hij stelde buitenwachten rondom het leger.
1 Makkabeeën 12:28
En de vijanden hoorden dat Jonathan en die met hem waren tot de strijd gereed waren, en vreesden, en werden in hun hart verslagen, en ontstaken vuren in hun leger, en vertrokken.
1 Makkabeeën 12:41
En opbrekende, kwam hij tot Bethsan, en Jonathan kwam hem tegemoet met veertigduizend man, ten strijd uitgelezen, en hij kwam ook tot Bethsan.
2 Makkabeeën 10:28
En als de zon opgegaan was, leverden zij met elkander slag; dezen hadden tot een waarborg van de voorspoed en overwinning met de kloekmoedigheid, de toevlucht tot de Here, en genen stelden daartegen hun moed tot een overste van de strijd.
2 Makkabeeën 10:29
Als er nu een zeer hevige strijd was, zijn de vijanden uit de hemel verschenen vijf treffelijke mannen, zittende op paarden met gouden tomen, en twee van hen waren leidslieden der Joden.
2 Makkabeeën 12:36
En als degenen, die bij Esdrin waren, lang vochten, en vermoeid waren, zo riep Judas de Here aan, dat hij als een medestrijder en een voorganger in de strijd wilde verschijnen;
2 Makkabeeën 14:43
En als hij, door al te grote haast van de strijd, de steek niet recht gegeven had, en de scharen door de deuren binnenvielen, zo liep hij kloekmoedig op de muur, en wierp zichzelf mannelijk van de steilte af op de scharen,
Statenvertaling on line - bijbel en kunst