Vindplaatsen van het woord sloeg in de apocriefe geschriften (26 verzen):
3 Ezra 4:30
En zij nam de kroon van het hoofd des konings, zette die zichzelf op, en sloeg de koning met haar linkerhand.
Judith 2:12
En zij trokken uit van Nineve drie dagreizen, op de vlakte van het veld Bektileth; en hij sloeg zijn leger van Bektileth af, bij de berg die aan de linkerzijde ligt van Opper-Cilicië, en hij nam zijn geheel heerleger, zijn voetknechten, en zijn ruiters, en zijn wagenen, en trok van daar naar het gebergte.
Judith 2:17
En hij daalde af in het veld van Damaskus, in de dagen van de tarweoogst, en hij verbrandde al hun akkers, en hun klein en groot vee gaf hij over om te vernielen, en plunderde hun steden, en hun velden wande hij uit, en sloeg al hun jonge mannen met de scherpte des zwaards.
Judith 3:14
En hij sloeg zijn leger tussen Gaba en Scythopolis, en hij was daar een ganse maand stil, opdat hij al de bagage zijns legers bijeenvergaderde.
Judith 5:11
En zij riepen tot hun God, en hij sloeg gans Egypteland met plagen, die niet te genezen waren en de Egyptenaars dreven hen uit van hun aangezicht.
Judith 13:9
En zij sloeg tweemaal in zijn hals met al haar kracht: en hieuw hem zijn hoofd af, en zij wentelde het lichaam van het bed.
Jezus Sirach 48:24
Hij sloeg het leger der Assyriërs, en zijn engel vermorzelde hen.
1 Makkabeeën 1:32
En hij viel onvoorzien in de stad, en sloeg hen met een grote nederlaag, en vernielde veel volk in Israël.
1 Makkabeeën 5:3
Waarom Judas de kinderen van Ezau in Idumeä beoorloogde, het land van Acrabattane, omdat zij Israël als belegerd hadden, en hij sloeg hen met een grote nederlaag, en benauwde hen en kreeg al hun buit.
1 Makkabeeën 5:5
Besloot hij hen in de torens, en legerde zich tegen hen, en hij sloeg hen met de ban, en verbrandde hun torens met vuur, met allen die daarin waren.
1 Makkabeeën 5:7
En hij leverde hun vele veldslagen, en vermorzelde hen voor zijn aangezicht, en sloeg hen.
1 Makkabeeën 5:34
En het leger van Timotheüs ontdekte dat het Makkabeüs was, en zij vloden voor zijn aangezicht; en hij sloeg hen met een grote nederlaag, en van hen vielen op die dag tot achtduizend man.
1 Makkabeeën 5:65
En Judas en zijn broeders trokken uit en bestreden de kinderen van Ezau, in het land dat tegen het zuiden ligt, en hij sloeg Chebron, en haar vlekken.
1 Makkabeeën 6:45
En hij liep zeer stoutmoedig op hem toe, midden in de slagorden, en hij sloeg dood ter rechter hand en ter linkerhand, en zij verdeelden zich ter weerszijden van hem.
1 Makkabeeën 6:48
En die van des konings leger waren, trokken hen tegemoet naar Jeruzalem, en de koning sloeg zijn leger in Judea, en op de berg Sion.
1 Makkabeeën 6:51
En hij sloeg zijn leger tegen het heiligdom vele dagen, en hij stelde daar stormgereedschap en instrumenten van geweld om vuur en stenen te werpen; en schorpioenen, om pijlen te werpen en te slingeren.
1 Makkabeeën 7:41
Eertijds als degenen die door de koning Sanherib gezonden waren, lasterlijk spraken, zo is uw engel uitgegaan, en sloeg onder hen honderdvijfentachtigduizend.
1 Makkabeeën 9:66
Hij sloeg Odomer en zijn broeders, en de zonen van Fasiron in hun tenten; en als hij begon te slaan, en met zijn krijgsvolk op te trekken,
1 Makkabeeën 11:15
En Alexander, dit horende, kwam om tegen hem te oorlogen; en Ptolemeüs toog uit, en ontmoette hem met een sterke macht, en hij sloeg hem in de vlucht.
1 Makkabeeën 11:17
En Zabdiël, de Arabier, sloeg Alexander het hoofd af, en zond dat aan Ptolomeüs.
1 Makkabeeën 12:31
En Jonathan week heen naar de Arabieren genoemd Zabadeeën, en hij sloeg hen, en kreeg hun buit.
1 Makkabeeën 14:3
Deze trok heen en sloeg het leger van Demetrius, en hij kreeg hem, en bracht hem tot Arsaces, en die stelde hem in de gevangenis.
2 Makkabeeën 5:6
En Jason sloeg zijn eigen burgers dood, zonder iemand te sparen, niet denkende dat de voorspoed tegen zijn eigen bloedverwanten de grootste tegenspoed was; en hij dacht dat hij tekenen van overwinning oprichtte, niet van zijn medeburgers, maar van zijn vijanden.
2 Makkabeeën 9:5
Doch de almachtige Here, de God van Israël, sloeg hem met een ongeneeslijke en onzienlijke plaag; want toen hij deze woorden geëindigd had, heeft hem een ongeneeslijke pijn der ingewanden en bittere inwendige pijnigingen bevangen;
2 Makkabeeën 13:14
Hij dan, de zorg bevolen hebbende aan de schepper der wereld en vermaand hebbende degenen die met hem waren, dat zij kloekmoedig tot de dood toe wilden strijden voor de wetten, tempel, stad, vaderland en regering sloeg omtrent Modin zijn leger op.
2 Makkabeeën 14:17
En Simon, de broeder van Judas, sloeg Nicanor, en werd een weinig verbaasd daarover, dat de vijanden zo spoedig waren verdwenen.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst