Vindplaatsen van het woord strijden in de apocriefe geschriften (35 verzen):
3 Ezra 1:29
Maar hij stelde zich om te strijden tegen hem in het veld Megiddo, en de oversten kwamen af tegen de koning Josia.
4 Ezra 7:57
En hij antwoordde en zeide: Dit is de bedenking des strijds, die de mens op aarde geboren, moet strijden,
4 Ezra 13:8
En daarna zag ik, en ziet, allen die tezamen vergaderd waren tegen hem, om hem te bestrijden, waren zeer bevreesd, en nochtans bestonden zij te strijden.
4 Ezra 13:11
En het viel met geweld over de menigte, die bereid was om te strijden, en verbrandde hen allen, zodat van de ontelbare menigte weldra niets werd gezien, dan alleen stof, en sterk riekende rook; en ik zag het, en werd verschrikt.
Boek der Wijsheid 5:21
En zal de gestrenge toorn scherpen tot een zwaard, en de wereld zal met hem strijden tegen de onwijzen.
Jezus Sirach 4:33
Kamp voor de waarheid tot in de dood, en God de Here zal voor u strijden.
Jezus Sirach 29:16
Zij zal meer dan een sterk schild, en meer dan een harde spies, tegen uw vijand voor u strijden.
Jezus Sirach 38:31
Zo ook een smid, die nabij het aanbeeld zit, en slaat het ijzerwerk gade; de damp van het vuur versmelt zijn vlees, en hij heeft met de hitte des ovens te strijden.
Esther (apocr.) 11:4
Ziet daar was een stem van gedruis en donderslagen, en aardbeving en beroering op de aarde; en ziet twee grote draken kwamen beide voort, bereid om te strijden, en hun stem werd groot.
1 Makkabeeën 2:38
En zij stonden op tegen hen om te strijden op de sabbat, en zij werden doodgeslagen, zij, en hun huisvrouwen, en hun kinderen, en hun vee, tot duizend zielen der mensen.
1 Makkabeeën 2:40
En een man zeide tot zijn naaste: Indien wij allen zouden doen, gelijk onze broeders gedaan hebben, en wij niet zouden strijden tegen de heidenen voor ons leven en voor onze rechten, zo zouden zij ons nu haastig van de aarde vernielen.
1 Makkabeeën 2:41
En zij besloten een raad op die dag, zeggende: Zo daar enig mens zal komen tegen ons te strijden op de dag des sabbats, laat ons tegen hem ook strijden, en laat ons niet allen sterven gelijk onze broeders in de holen gestorven zijn.
1 Makkabeeën 3:17
En toen zij het leger hun tegemoet zagen komen, zeiden zij tot Judas: Hoe zullen wij, die zo weinigen zijn, kunnen strijden tegen zulk een sterke menigte, wij, die vermoeid zijn en deze dag niet gegeten hebben?
1 Makkabeeën 3:21
Doch wij strijden voor onze zielen, en voor onze wetten.
1 Makkabeeën 4:13
En zij togen uit hun leger om te strijden, en die bij Judas waren bliezen de trompetten.
1 Makkabeeën 5:39
En hij heeft de Arabieren gehuurd om hen te helpen, en zij hebben hun leger opgeslagen over de beek, en zijn gereed tot u te komen om te strijden. En Judas trok hen tegemoet.
1 Makkabeeën 5:59
En Gorgias en zijn mannen trokken uit de stad hun tegemoet, om tegen hen te strijden.
1 Makkabeeën 6:4
En zij zijn tegen hem opgestaan om te strijden, en hij vluchtte, en vertrok vandaar met grote droefheid, en keerde weder naar Babylon.
1 Makkabeeën 7:43
En de legers kwamen met elkander te strijden, op de dertiende dag der maand Adar, en het leger van Nicanor werd vermorzeld, en hij zelf was de eerste, die in deze strijd viel.
1 Makkabeeën 8:28
En die met hen strijden zal niets gegeven worden, noch proviand, noch wapenen, noch geld, noch schepen; zo heeft het de stad Rome goed gedacht, en zij zullen deze artikelen onderhouden, en dat zonder bedrog.
1 Makkabeeën 9:9
Doch zij hielden hem daarvan af, zeggende: Wij zullen dat niet kunnen doen, laat ons liever onze zielen behouden, keert nu weder, want onze broeders zijn weggelopen, en zouden wij tegen hen strijden, wij die zo weinig zijn?
1 Makkabeeën 9:11
Ondertussen brak het krijgsvolk van Bacchides op uit hun leger, en stond tegen hen, en de ruiterij was verdeeld in twee delen, en die met slingers en met bogen vochten hadden de voortocht voor het krijgsvolk, en al de machtigen waren gesteld om eerst te strijden.
1 Makkabeeën 10:2
En de koning Demetrius dat horende, vergaderde een grote krijgsmacht, en trok hem tegen om te strijden.
1 Makkabeeën 10:49
En deze twee koningen begonnen te strijden, en het leger van Demetrius nam de vlucht, en Alexander vervolgde het, en kreeg de overhand over hen.
1 Makkabeeën 10:71
Nu dan, indien gij u vertrouwt op uw krijgsmacht, kom af tot ons in het vlakke veld, en laat ons daar met elkander strijden, want bij mij is de macht der steden.
1 Makkabeeën 11:42
Gij zult dan nu wel doen, dat gij mij mannen zendt, die mij helpen strijden, omdat al mijn krijgsvolk mij is afgevallen.
1 Makkabeeën 11:59
En Jonathan trok uit, en reisde over de rivier, door de steden, en al de krijgsmachten van Syrië vergaderden bij hem om hem te helpen strijden, en hij kwam tot Askalon, en die van de stad kwamen hem zeer statig tegemoet.
1 Makkabeeën 12:24
En Jonathan, horende dat de oversten des konings Demetrius wederkwamen met een grote macht, meer dan tevoren, om tegen hem te strijden,
1 Makkabeeën 12:50
Maar zij, verstaan hebbende, dat hij gegrepen en omgekomen was, en die met hem waren, zo vermaanden zij elkander, en zij trokken dicht aaneengesloten, bereid om te strijden.
1 Makkabeeën 13:14
En Tryfon, verstaan hebbende dat Simon was opgestaan in plaats van zijn broeder Jonathan, en dat hij tegen hem zou strijden, zond tot hem gezanten.
1 Makkabeeën 15:26
En Simon zond hem tweeduizend uitgelezen mannen, om hem te helpen strijden, en zilver, en goud, en vele vaten.
2 Makkabeeën 7:19
En gij, meen niet dat gij onschuldig zult zijn, dewijl gij het gewaagd hebt tegen God te strijden.
2 Makkabeeën 8:16
En Judas Makkabeüs, vergaderd hebbende die bij hem waren, zesduizend in getal, vermaande hen dat zij om der vijanden wil niet zouden verslagen zijn, niet vrezen de grote menigte der heidenen, die onrechtvaardig tegen hen kwamen, maar dat zij kloekmoedig zouden strijden, zichzelf voor ogen stellende de smaadheid, die zij onrechtvaardig volbracht hadden tegen de heilige plaats;
2 Makkabeeën 10:16
En die met Makkabeüs waren, een biddag gehouden en God gebeden hebbende, dat hij hen wilde helpen strijden, deden een aanval op de sterkten der Idumeeën.
2 Makkabeeën 13:14
Hij dan, de zorg bevolen hebbende aan de schepper der wereld en vermaand hebbende degenen die met hem waren, dat zij kloekmoedig tot de dood toe wilden strijden voor de wetten, tempel, stad, vaderland en regering sloeg omtrent Modin zijn leger op.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst