Vindplaatsen van het woord vallen in de apocriefe geschriften (32 verzen):
4 Ezra 12:18
Dit is de verklaring, namelijk dat na de tijd van dit rijk geen kleine twisten zullen ontstaan en het zal in gevaar staan van te vallen, doch het zal dan niet vallen, maar zal weder in zijn eerste stand worden gesteld.
4 Ezra 12:28
Want het zwaard des enen zal verslinden hem die met hem is, maar nochtans zal hij ook ten laatste door het zwaard vallen.
4 Ezra 15:57
En uw kinderen zullen van honger vergaan, en gij zult door het zwaard vallen, en uw steden zullen verdelgd worden, en al de uwen zullen in het veld door het zwaard vallen.
Judith 6:5
En gij Achior, gij huurling der Ammonieten, die deze woorden gesproken hebt, in de dag uwer ongerechtigheid, gij zult mijn aangezicht niet meer zien, van deze dag aan, totdat ik wraak zal gedaan hebben over dat geslacht dergenen, die uit Egypte gekomen zijn, en dan zal het zwaard mijns heerlegers, en het volk mijner dienstknechten tussen uw zijden gaan, en gij zult vallen onder hun gekwetsten, als ik tot u zal wedergekeerd zijn.
Judith 7:10
En nu, heer, beoorloog hen niet gelijk in een bestorming geschiedt, en niet één man zal uit uw volk vallen; blijf maar in uw leger, en behoud al de mannen van het heer, en laat maar uw dienstknechten de waterfontein bemachtigen, die uit de voet van deze berg voortkomt, want allen, die in Bethulië wonen, halen hun water daaruit, en alzo zal hen de dorst wegnemen en zij zullen hun stad moeten overgeven; en wij en ons volk zullen op de naaste spitsen der bergen klimmen, en zullen ons daarom legeren en wacht houden, dat er niet één man uit de stad zal gaan; en zij zullen versmelten door honger, zij en hun vrouwen en hun kinderen, en eer het zwaard over hen komt, zullen zij nedergeveld worden op de straten hunner woning. En gij zult hun zware vergelding doen, omdat zij tegen u opgestaan zijn, en dat zij u niet in vrede zijn tegemoet gekomen.
Judith 14:4
En zij zullen gelijkelijk lopen tot de tent van Holofernes, en zullen hem niet vinden, en een vrees zal op hen vallen, en zij zullen voor uw aangezicht vlieden.
Boek der Wijsheid 11:21
Ja, zij hadden ook zonder deze dingen door een enig aanblazen kunnen vallen, vervolgd zijnde door de wraak, en verstrooid door de geest uwer kracht, als door een wan, maar gij hebt alle dingen geordineerd bij maat, en getal, en gewicht.
Jezus Sirach 2:22
Zeggende, laat ons in de handen Gods vallen, en niet in de handen der mensen.
Jezus Sirach 11:31
Gelijk een gevangen veldhoen in een kooi, alzo is het hart des hovaardigen, en gelijk een bespieden die daarover komt om te doen vallen.
Jezus Sirach 20:18
Het is beter op een vloer te vallen dan door een tong; zo zal de val der kwade mensen haastig komen.
Jezus Sirach 23:1
O Here, Vader en Heerser des gansen levens, verlaat mij niet in hun raad, en laat mij niet vallen onder hen.
Jezus Sirach 27:27
Wie een kuil graaft, die zal daarin vallen, en die een strik voor anderen legt, zal daarmee gevangen worden.
Jezus Sirach 28:26
Die de Here verlaten, zullen in haar vallen en in hen zal zij worden ontstoken, en niet uitgeblust worden;
Jezus Sirach 29:23
Een zondaar overtredende de geboden des Heren zal in borgschap vervallen, en die aanneming van zware werken najaagt, zal in het gericht vallen.
Jezus Sirach 38:15
Wie tegen degene zondigt, die hem gemaakt heeft, die zal in de handen van de geneesheer vallen.
Jezus Sirach 38:16
Mijn kind over een dode laat tranen vallen, en begin te wenen als die zware dingen geleden hebt; doch omwind zijn lichaam naar behoren, en veracht zijn begrafenis niet.
Baruch 6:26
Die hen dienen worden ook beschaamd, omdat zij, indien zij mogelijk op de aarde vallen, van zichzelf niet weder opstaan; en zo iemand ze opricht, zij zich niet zullen bewegen; en zo men hen nederlegt, zij zich niet zullen oprichten, maar gelijk als voor doden zo zet men hun gaven voor.
Susanna (Dan. 13) 1:23
Doch het is mij raadzamer zulks niet doende in uw handen te vallen, dan te zondigen tegen de Here.
1 Makkabeeën 2:15
En daar kwamen enigen van des konings wege, in de stad Modin, die de lieden dwongen af te vallen, dat zij moesten de afgoden offeren.
1 Makkabeeën 3:25
En de vrees voor Judas en zijn broederen en een verschrikking begon te vallen op de volken, die rondom hen waren.
1 Makkabeeën 3:39
En zond met hen veertigduizend mannen en zevenduizend ruiters, om te vallen in het land van Juda, en het te verderven, naar het woord van de koning.
1 Makkabeeën 4:2
Opdat zij vallen zouden op het leger der Joden, en hen onvoorziens zouden slaan; en de mannen van de burcht waren zijn wegwijzers.
1 Makkabeeën 7:38
Doe toch wraak over deze mens, en over zijn leger, en laat hen door het zwaard vallen. Gedenk aan hun lasteringen, en geef hun geen verblijf te hebben.
1 Makkabeeën 12:25
Vertrok uit Jeruzalem, en hij ontmoette hen in het land Amathitis want hij gaf hun geen tijd om in zijn land te vallen.
1 Makkabeeën 13:20
En na deze kwam Tryfon, om in het land te vallen, en om dat te verwoesten, en hij nam zijn weg in het ronde naar Adora; en Simon en zijn leger trokken hem tegen in alle plaatsen, waar hij heentrok.
1 Makkabeeën 15:40
En Cendebeüs kwam tot Jamnia, en begon het volk te tergen, en in Judea in te vallen, en het volk gevangen te nemen, en te doden, en hij bouwde Kedron,
2 Makkabeeën 3:6
En heeft hem geboodschapt, dat de schatkist te Jeruzalem vol was van geld, zodat de menigte der kostelijke dingen ontelbaar was, en dat ze niet behoorden tot de rekening der offeranden, en dat het mogelijk was, dat deze zouden kunnen vallen in de macht van de koning.
2 Makkabeeën 10:4
Dit gedaan hebbende, baden zij de Here, op hun buik nedervallende, dat zij niet weder mochten vallen in zodanige zwarigheden, maar indien zij ook te eniger tijd kwamen te zondigen, dat zij door hem met goedertierenheid mochten worden gekastijd, en niet de godslasterlijke en barbaarse heidenen overgegeven worden.
2 Makkabeeën 13:11
En dat hij het volk, dat nu een weinig adem had geschept, niet wilde laten vallen in de handen der schandelijke heidenen.
2 Makkabeeën 14:42
Willende liever kloekmoedig sterven, dan vallen in de handen van deze schelmen, en smaadheid lijden, die zijn eerlijk geslacht onbetamelijk was.
2 Makkabeeën 14:44
Die terstond achterwaarts wijkende en plaats makende, kwam hij in het midden te vallen op zijn buik.
2 Makkabeeën 15:17
Zij dan vermaand zijnde door deze woorden van Judas, die zeer goed waren, en zeer krachtig om tot kloekmoedigheid aan te sporen, en de harten der jongelingen manhaftig te maken, namen voor geen leger op te slaan, maar kloekmoedig aan te vallen, en met alle mannelijke dapperheid onder de vijanden vallende, het uiterste te wagen, daar de stad, en het heiligdom, en de tempel in gevaar waren.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst