Vindplaatsen van het woord vaartwel in de apocriefe geschriften (2 verzen):
2 Makkabeeën 11:33
Vaartwel. De vijftiende dag der maand van Xanthicus, in het jaar honderdachtenveertig.
3 Makkabeeën 7:7
Want gij zult weten, is het dat wij tegen hen iets kwaads zullen bedenken of hen enigszins zullen bedroeven, dat wij niet een mens, maar de hoogste God, de heerser aller mogendheid, alle tijd in alles onvermijdelijk tot onze wederpartij zullen hebben, tot wraak van zulk een doen. Vaartwel.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst