Vindplaatsen van het woord waak in het oude testament (8 verzen):
Richteren 5:12
Waak op, waak op, Debora, waak op, waak op, spreek een lied! maak u op, Barak! en leid uw gevangenen gevangen, gij zoon van Abinoam.
Psalmen 44:24
Waak op, waarom zoudt Gij slapen, HEERE! Ontwaak, verstoot niet in eeuwigheid.
Psalmen 57:9
Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
Psalmen 59:5
Zij lopen en bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op mij tegemoet, en zie.
Psalmen 102:8
Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak.
Psalmen 108:3
Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
Jesaja 51:17
Waak op, waak op, sta op, Jeruzalem! gij, die gedronken hebt van de hand des HEEREN den beker Zijner grimmigheid; den droesem van den beker der zwijmeling hebt gij gedronken, ja, uitgezogen.
Jesaja 52:1
Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad? want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst