Vindplaatsen van het woord waard in het oude testament (2 verzen):

Spreuken 10:20
De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard.

Zacharia 11:13
Doch de HEERE zeide tot mij: Werp ze henen voor den pottenbakker: een heerlijken prijs, dien ik waard geacht ben geweest van hen! En ik nam die dertig zilverlingen, en wierp ze in het huis des HEEREN, voor den pottenbakker.