Vindplaatsen van het woord zuchtten in de apocriefe geschriften (2 verzen):

1 MakkabeeŽn 1:27
Want de oversten en ouderlingen zuchtten; de maagden en de jongelingen werden verzwakt, en de schoonheid der vrouwen werd veranderd.

3 MakkabeeŽn 6:31
En degenen, die tevoren hen ten verderve, en om te zijn een aas der vogelen gesteld en met blijdschap opgeschreven hadden, die zuchtten nu, en waren met schaamte in zichzelf vervuld, omdat hun snorkende stoutheid met oneer uitgeblust was.