Vindplaatsen van het woord ziedt in het oude testament (3 verzen):

Exodus 16:23
Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen.

Leviticus 8:31
En Mozes zeide tot Aron en tot zijn zonen: Ziedt dat vlees voor de deur van de tent der samenkomst, en eet hetzelve daar, mitsgaders het brood, dat in den korf des vuloffers is; gelijk als ik geboden heb, zeggende: Aron en zijn zonen zullen dat eten.

Job 30:27
Mijn ingewand ziedt, en is niet stil; de dagen der verdrukking zijn mij voorgekomen.