Vindplaatsen van het woord zonen in het nieuwe testament (25 verzen):

MattheŁs 12:27
En indien Ik door BeŽlzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze dan uw zonen uit? Daarom zullen die uw rechters zijn.

MattheŁs 17:25
Hij zeide: Ja. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hun zonen, of van de vreemden?

MattheŁs 17:26
Petrus zeide tot Hem: Van de vreemden. Jezus zeide tot hem: Zo zijn dan de zonen vrij.

MattheŁs 20:20
Toen kwam de moeder der zonen van ZebedeŁs tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddende, en begerende wat van Hem.

MattheŁs 20:21
En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter- en de ander tot Uw linker hand in Uw Koninkrijk.

MattheŁs 21:28
Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard.

MattheŁs 26:37
En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van ZebedeŁs, begon Hij droevig en zeer beangst te worden.

MattheŁs 27:56
Onder dewelke was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus en Joses, en de moeder der zonen van ZebedeŁs.

Marcus 3:17
En Jakobus, den zoon van ZebedeŁs, en Johannes, den broeder van Jakobus; en gaf hun toe namen, Boanerges, hetwelk is, zonen des donders;

Marcus 10:35
En tot Hem kwamen Jakobus en Johannes, de zonen van ZebedeŁs, zeggende: Meester! wij wilden wel, dat Gij ons deedt, zo wat wij begeren zullen.

Lukas 5:10
En desgelijks ook Jakobus en Johannes, de zonen van ZebedeŁs, die medegenoten van Simon waren. En Jezus zeide tot Simon: Vrees niet; van nu aan zult gij mensen vangen.

Lukas 11:19
En indien Ik door BeŽlzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze uw zonen uit? Daarom zullen dezen uw rechters zijn.

Lukas 15:11
En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen.

Johannes 21:2
Er waren te zamen Simon Petrus, en Thomas, gezegd Didymus, en NathanaŽl, die van Kana in Galilea was, en de zonen van ZebedeŁs, en twee anderen van Zijn discipelen.

Handelingen 2:17
En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.

Handelingen 7:16
En zij werden overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham gekocht had voor een som gelds, van de zonen van Emmor, den vader van Sichem.

Handelingen 7:29
En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon.

Handelingen 19:14
Dezen nu waren zekere zeven zonen van Sceva, een Joodsen overpriester, die dit deden.

2 KorinthiŽrs 6:18
En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige.

Galaten 4:22
Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije.

HebreeŽn 11:20
Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend aangaande toekomende dingen.

HebreeŽn 11:21
Door het geloof heeft Jakob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend, en heeft aangebeden, leunende op het opperste van zijn staf.

HebreeŽn 12:5
En gij hebt vergeten de vermaning, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des Heeren, en bezwijkt niet, als gij van Hem bestraft wordt;

HebreeŽn 12:7
Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)

HebreeŽn 12:8
Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen.