Vindplaatsen van het woord zuf in het oude testament (3 verzen):

1 SamuŽl 1:1
Daar was een man van Ramathaim-zofim, van het gebergte van EfraÔm, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet.

1 SamuŽl 9:5
Toen zij in het land van Zuf kwamen, zeide Saul tot zijn jongen, die bij hem was: Kom en laat ons wederkeren; dat niet misschien mijn vader van de ezelinnen aflate, en voor ons bekommerd zij.

1 Kronieken 6:35
Den zoon van Zuf, den zoon van Elkana, den zoon van Mahath, den zoon van Amasai,