Vindplaatsen van het woord zit in de apocriefe geschriften (13 verzen):

3 Ezra 4:11
Daarenboven zit hij neder, eet hij, drinkt hij, slaapt hij, zo hebben zij de wacht ringswijze rondom hem, en niemand durft weggaan, noch zijn eigen werken doen, en zijn hem niet ongehoorzaam.

Boek der Wijsheid 9:4
Geef mij de wijsheid, die bij uw tronen zit, en verwerp mij niet uit uw kinderen.

Jezus Sirach 9:10
Bij een getrouwde vrouw zit geheel en al niet.

Jezus Sirach 11:9
Twist niet om een zaak die u niet aangaat; en zit niet bij in het gericht der zondaren.

Jezus Sirach 31:12
Als gij aan een grote tafel zit, zo doe uw keel over deze niet wijd open;

Jezus Sirach 33:6
Een vriend, die een bespotter is, is gelijk een springhengst, hij briest onder een ieder, die op hem zit.

Jezus Sirach 38:31
Zo ook een smid, die nabij het aanbeeld zit, en slaat het ijzerwerk gade; de damp van het vuur versmelt zijn vlees, en hij heeft met de hitte des ovens te strijden.

Jezus Sirach 38:34
Desgelijks een pottenbakker zit op zijn werk, en drijft met zijn voeten het wiel om; welke altijd bezorgd is over zijn werk, en al zijn arbeid heeft zijn getal.

Jezus Sirach 40:3
Zo wel bij hem, die op de troon der heerlijkheid zit, als bij degene, die vernederd is, zittende in aarde en as.

Jezus Sirach 42:15
Zie niet op de schoonheid van enig mens, en zit niet in het midden der vrouwen.

Baruch 6:69
Want gelijk een vogelverschrikker in een komkommerhof niet bewaren kan, zo zijn ook hun houten, vergulde en verzilverde goden; op dezelfde wijze zijn zij gelijk de doornenboom in een hof, waar allerlei gevogelte op zit.

Gezang in de vuuroven (Dan. 3) 1:54
Geloofd zijt gij die daar zit op de Cherubim en ziet de diepten aan, en hoog geprezen en hoog geroemd zijt gij in der eeuwigheid.

Susanna (Dan. 13) 1:50
En het ganse volk keerde met haast weder; en de oudsten zeiden tot hem: Kom herwaarts, en zit in het midden van ons, en onderricht ons, dewijl God u het rechterambt heeft gegeven.