Vindplaatsen van het woord zegent in het nieuwe testament (4 verzen):

MattheŁs 5:44
Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen;

Lukas 6:28
Zegent degenen, die u vervloeken, en bidt voor degenen, die u geweld doen.

Romeinen 12:14
Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet.

1 Petrus 3:9
Vergeldt niet kwaad voor kwaad, of schelden voor schelden, maar zegent daarentegen; wetende, dat gij daartoe geroepen zijt, opdat gij zegening zoudt beŽrven.