Vindplaatsen van het woord zond in de apocriefe geschriften (75 verzen):

3 Ezra 1:26
En de koning van Egypte zond tot hem, zeggende: Wat heb ik met u te doen, gij koning Juda?

3 Ezra 1:50
En de God hunner vaderen zond tot hen, door zijn boden om hen tot bekering te roepen, opdat hij hen zou verschonen, en zijn woning.

3 Ezra 4:57
En hij zond weder al de vaten, die Cyrus uit BabyloniŽ afgezonderd had, en al hetgeen Cyrus bevolen had te doen, dat beval hij ook te doen, en naar Jeruzalem te zenden.

3 Ezra 5:2
En Darius zond met hen duizend ruiters, om hen in vrede te geleiden naar Jeruzalem, met muziek, trommelen en fluiten,

3 Ezra 8:45
Zond ik tot Eleazar, en IduŽl, en Maja, en Masma, en Alnatha, en Jamla, en Joribon, Nathan, Ennathan, Zacharia en Mosollamon de oversten, en geleerden.

Tobias (Tobit) 2:13
En zond dat de heren toe, en zij gaven haar ook haar loon, en gaven haar bovendien een bokje.

Judith 1:7
En Nabuchodonosor, de koning der AssyriŽrs, zond tot allen die in PerziŽ woonden, en tot allen die tegen het westen woonden, en die in CiliciŽ en Damaskus woonden, en op de berg Libanon en Antilibanon, en allen die woonden langs de vlakte van de zeekant,

Judith 8:9
En Judith hoorde de kwade woorden des volks tegen de oversten, dewijl zij kleinmoedig waren vanwege de schaarsheid des waters; en Judith hoorde ook al de woorden die Ozias tegen hen gesproken had, hoe hij hun gezworen had de stad over te geven aan de AssyriŽrs, na vijf dagen; en zij zond haar maagd, die over al haar goederen gesteld was, en riep tot zich Ozias, en Chabrin, en Charmin, de oudsten van haar stad.

Judith 12:6
En zij zond tot Holofernes, zeggende: Mijn heer beveel toch, dat men toelate dat zijn dienstmaagd tot het gebed uitga; en Holofernes beval zijn lijfwachten, dat zij haar niet verhinderden.

Judith 15:4
En Ozias zond naar Bethomasthem en BebaÔ, en ChebaÔ, en Chela, en in alle landpalen van IsraŽl, die boodschappen zonden hetgeen er geschied was, opdat zij allen op de vijanden zouden uitvallen, om hen uit te roeien.

Jezus Sirach 44:19
Daarom geschiedde de zondvloed, en eeuwige verbonden werden met hem opgericht, opdat niet alle vlees door de zond vloed zou verdelgd worden.

Jezus Sirach 48:20
In zijn dagen trok Sanherib op, en zond Rabsake van Lachis, en verhief zijn hand tegen Sion, en pochte zeer in zijn hoogmoed.

Susanna (Dan. 13) 1:36
En de oudsten zeiden: Toen wij in de hof alleen wandelden, kwam deze met twee dienstmaagden, en sloot de deuren van de hof toe en zond de maagden van haar weg;

1 MakkabeeŽn 1:30
Na twee volle jaren zond de koning de oversten over de schattingen in de steden van Juda, en hij kwam te Jeruzalem met een zeer grote menigte.

1 MakkabeeŽn 1:47
En de koning zond brieven door de hand van zijn boden aan Jeruzalem, en aan de steden van Juda, dat zij wandelen zouden naar de vreemde wetten des lands;

1 MakkabeeŽn 3:27
En toen Antiochus, de koning, deze woorden hoorde, werd hij in zijn gemoed zeer toornig, en zond heen en vergaderde al de krijgsmachten van zijn koninkrijk, een zeer sterk leger.

1 MakkabeeŽn 3:39
En zond met hen veertigduizend mannen en zevenduizend ruiters, om te vallen in het land van Juda, en het te verderven, naar het woord van de koning.

1 MakkabeeŽn 5:38
En Judas zond om het leger te verspieden; en zij boodschapten hem zeggende: Al de volken, die rondom ons zijn, zijn bij hen vergaderd, een zeer grote macht.

1 MakkabeeŽn 5:49
En Judas zond tot hen, zeggende met vreedzame rede:

1 MakkabeeŽn 6:60
Deze rede behaagde de koning en de oversten, en hij zond tot hen om de vrede aan te bieden, en zij namen hem aan.

1 MakkabeeŽn 7:9
En hij zond dezen; en meteen de goddeloze Alcimus, en hij gaf hem het hogepriesterschap, en hij gebood hem wraak te doen over de kinderen IsraŽls.

1 MakkabeeŽn 7:10
En zij trokken uit en kwamen met een grote krijgsmacht in het land van Juda, en hij zond boden tot Judas en zijn broeders, vreedzame woorden sprekende met bedrog.

1 MakkabeeŽn 7:19
En Bacchides trok op van Jeruzalem, en legerde zich te Bezeth, en zond heen, en greep velen van de mannen die tot hem overgelopen waren, en enigen van het volk, en hij doodde hen, en wierp hen in een grote put.

1 MakkabeeŽn 7:26
En de koning zond Nicanor, een van zijn vermaardste oversten, die IsraŽl haatte en vijandig was, en beval hem dat hij het volk zou uitroeien.

1 MakkabeeŽn 7:27
En Nicanor kwam te Jeruzalem met een grote macht, en hij zond aan Judas en zijn broeders, met bedrog sprekende, vreedzame woorden;

1 MakkabeeŽn 8:17
En Judas verkoos Eupolemus, de zoon van Johannes de zoon van Accos, en Jason, de zoon van Eleazar, en hij zond hen naar Rome, om met hem vriendschap en gemeenschap van wapenen te maken.

1 MakkabeeŽn 9:35
En Jonathan zond zijn broeder, die overste was over de schare, om aan de NabatheeŽn, zijn vrienden, te verzoeken, dat zij hun bagage, die veel was, bij hen mochten zetten.

1 MakkabeeŽn 9:60
En hij brak op en kwam met een grote krijgsmacht, en hij zond heimelijk brieven aan al zijn medekrijgers in Judea, dat zij Jonathan en die met hem waren zouden grijpen, doch zij konden niet, overmits dat hun raad aan deze bekend werd.

1 MakkabeeŽn 9:70
En Jonathan dit verstaande, zond tot hem gezanten, om met hem vrede te maken, en dat de gevangenen hun mochten vrij gegeven worden.

1 MakkabeeŽn 10:3
En Demetrius zond Jonathan brieven met vreedzame woorden, om hem grotelijks te verheffen.

1 MakkabeeŽn 10:17
En hij schreef aan hem brieven en zond die aan hem, van deze inhoud:

1 MakkabeeŽn 10:20
En nu wij stellen u op deze dag tot hogepriester van uw volk, en om een vriend van de koning genoemd te worden, en hij zond hem een purperen kleed, en een gouden kroon, zeggende: Dat gij het met ons houdt, en dat gij met ons vriendschap onderhoudt.

1 MakkabeeŽn 10:51
En Alexander zond aan PtolomeŁs de koning van Egypte, gezanten, die volgens deze woorden zeiden:

1 MakkabeeŽn 10:69
En Demetrius stelde Apollonius, die over Celo-SyriŽ was gezet, en vergaderde een grote krijgsmacht, en legerde zich in Jamnia, en zond tot Jonathan, de hogepriester, zeggende:

1 MakkabeeŽn 10:89
En hij zond hem een gouden gesp, gelijk de gewoonte is, dat de bloedvrienden der koningen gegeven worden, en hij gaf hem de stad Accaron met al haar landpalen tot een erfgift.

1 MakkabeeŽn 11:9
En hij zond gezanten aan de koning Demetrius, zeggende: Welaan, laat ons met elkander een verbond maken, en ik zal u mijn dochter geven die Alexander heeft, en gij zult koning zijn over het koninkrijk van uw vader.

1 MakkabeeŽn 11:17
En ZabdiŽl, de Arabier, sloeg Alexander het hoofd af, en zond dat aan PtolomeŁs.

1 MakkabeeŽn 11:40
En Jonathan zond brieven tot de koning Demetrius, dat hij degenen, die op de burcht van Jeruzalem en in de sterkten waren, zou willen uitwerpen, want zij streden tegen IsraŽl.

1 MakkabeeŽn 11:41
En Demetrius zond aan Jonathan, zeggende: Ik zal niet alleen dat doen aan u en uw volk, maar ik zal u met grote heerlijkheid verheerlijken, en ook uw volk, zo wanneer ik goede gelegenheid zal verkrijgen.

1 MakkabeeŽn 11:43
En Jonathan zond hem naar AntiochiŽ drie duizend kloeke en dappere mannen, en die kwamen tot de koning, en de koning werd verheugd over hun komst.

1 MakkabeeŽn 11:57
En hij zond hem veel goudwerk tot zijn dienst, en hij gaf hem macht om te mogen drinken uit goudwerk, en om een purperkleed te dragen, en om een gouden gesp te hebben.

1 MakkabeeŽn 11:61
En die van Gaza baden Jonathan, en hij gaf hun de rechterhand, en hij nam de zonen hunner oversten tot gijzelaars, en zond hen naar Jeruzalem, en doorreisde dat land tot Damaskus toe.

1 MakkabeeŽn 12:1
Jonathan ziende dat de gelegenheid des tijds hem gunstig was, verkoos mannen, en zond hen naar Rome, om de vriendschap met hen te bevestigen, en weder te vernieuwen.

1 MakkabeeŽn 12:2
En hij zond ook aan de Spartiaten, en andere plaatsen brieven van dezelfde inhoud.

1 MakkabeeŽn 12:26
En hij zond verspieders in zijn leger, die, wedergekeerd zijnde, boodschapten hem, dat zij het zo geschikt hadden, om hen des nachts te overvallen.

1 MakkabeeŽn 12:46
En hij, hem gelovende, deed gelijk hij zeide, en hij zond het krijgsvolk heen, en zij trokken naar het land van Juda.

1 MakkabeeŽn 12:49
En Tryfon zond krijgsmachten en ruiterij naar het land van Galilea, en naar het grote vlakke veld, om te verdelgen allen, die met Jonathan waren geweest.

1 MakkabeeŽn 13:11
En hij zond Jonathan, de zoon van Absalom, en met hem een grote macht, naar Joppe; en hij verdreef daaruit degenen die daarin waren, en hij bleef aldaar.

1 MakkabeeŽn 13:14
En Tryfon, verstaan hebbende dat Simon was opgestaan in plaats van zijn broeder Jonathan, en dat hij tegen hem zou strijden, zond tot hem gezanten.

1 MakkabeeŽn 13:17
En Simon, hoewel hij wist dat zij tot hem bedrog spraken, zond het geld, en de twee zoontjes, opdat hij misschien bij het volk niet grote vijandschap op zich zou laden.

1 MakkabeeŽn 13:19
Hij zond dan de zoontjes en honderd talenten; doch hij bedroog hem met leugen, en liet Jonathan niet los.

1 MakkabeeŽn 13:34
En Simon verkoor enige mannen, die hij zond naar de koning Demetrius, dat hij het land vrijdom zou willen geven, omdat al de handelingen van Tryfon enkel roverijen waren geweest.

1 MakkabeeŽn 13:35
En Demetrius, de koning, zond aan hem volgens deze woorden, en antwoordde hem, en schreef aan hem dusdanige brief:

1 MakkabeeŽn 14:2
Als Arsaces, de koning van PerziŽ en MediŽ, hoorde dat Demetrius in zijn landpalen was gekomen, zond hij een van zijn oversten om hem levend te krijgen.

1 MakkabeeŽn 14:24
Na deze zond Simon Numenius naar Rome, hebbende met zich een groot gouden schild van duizend ponden gewichts, om met hen het verbond van gemeenschap der wapenen te bevestigen.

1 MakkabeeŽn 15:1
En Antiochus, de zoon van de koning Demetrius, zond brieven van de eilanden der zee aan Simon, de priester en overste der Joden, en aan al het volk;

1 MakkabeeŽn 15:26
En Simon zond hem tweeduizend uitgelezen mannen, om hem te helpen strijden, en zilver, en goud, en vele vaten.

1 MakkabeeŽn 15:28
En hij zond aan hem Athenobius, een van zijn vrienden, om met hem te handelen, en zeide: Gijlieden hebt bemachtigd Joppe, en Gazara, en de burcht te Jeruzalem, steden van mijn koninkrijk.

1 MakkabeeŽn 16:18
PtolomeŁs schreef deze dingen, en zond aan de koning, dat hij hem krijgsvolk te hulp wilde zenden, en dat hij hem het land en de steden zou overleveren.

1 MakkabeeŽn 16:19
En hij zond anderen naar Gazara, om Johannes om te brengen; en hij zond brieven aan de oversten over duizend, dat zij bij hem zouden komen, opdat hij hun zilver en goud en geschenken zou geven.

1 MakkabeeŽn 16:20
En hij zond anderen om Jeruzalem in te nemen, en de berg van de tempel.

2 MakkabeeŽn 4:19
Zond deze goddeloze Jason toeschouwers van Jeruzalem, alsof zij van AntiochiŽ waren, medebrengende driehonderd drachmen zilver tot een offerande van de afgod Herkules; waarvan die ze brachten nochtans baden, dat ze tot die offerande niet zouden gebruikt worden.

2 MakkabeeŽn 4:23
En na de tijd van drie jaren zond Jason MenelaŁs, des voorgemelden Simons broeder, om de koning het geld te brengen, en om hen in gedachtenis te brengen enige noodwendige zaken.

2 MakkabeeŽn 5:24
En hij had tegen de Joodse burgers een vijandig hart, en zond een gehate overste, Apollonius, met een leger van tweeentwintigduizend man, gelastende dat hij allen, die tot mannelijke ouderdom gekomen waren, zou doden, en de vrouwen en jongelingen verkopen.

2 MakkabeeŽn 6:1
En niet lang daarna zond de koning een oud man van Athene, om de Joden te noodzaken dat zij zouden afwijken van de wetten hunner vaderen, en niet zouden wandelen naar de wetten van God.

2 MakkabeeŽn 8:9
Deze verkoos terstond Nicanor, de zoon van Patroclus, een van de voornaamste vrienden, en zond hem, stellende onder hem niet minder dan twintigduizend man uit allerlei natiŽn, om het ganse Joodse volk uit te roeien; en heeft hem toegevoegd Gorgias, een man die een overste was, goede ervaring hebbende in krijgszaken.

2 MakkabeeŽn 8:11
En hij zond terstond naar de zeesteden, hen nodende om Joodse slaven te kopen, belovende dat hij negentig slaven zou geven voor een talent; niet verwachtende de straf die hem zou overkomen van de Almachtige.

2 MakkabeeŽn 11:13
En daar hij niet dwaas was, bij zichzelf overleggende de nederlaag die hem geschied was, en verstaande dat de HebreeŽn onoverwinnelijk waren, overmits de alvermogende God met hen streed, zo zond hij aan hen,

2 MakkabeeŽn 12:21
TimotheŁs nu, vernemende de komst van Judas, zond tevoren weg al de vrouwen en kinderen, en al de bagage naar een plaats genaamd Karnion, want deze plaats was moeilijk te belegeren en bij te komen, om de engte van al die plaatsen.

2 MakkabeeŽn 12:43
En enige voorraad gemaakt hebbende uit een hoofdschatting, van tweeduizend drachmen zilver, zond die naar Jeruzalem om offerande te doen voor de zonde; gans wel en edel doende, daar hij dacht aan de opstanding.

2 MakkabeeŽn 13:20
En Judas zond aan degenen, die daar binnen waren, hetgeen zij van node hadden.

2 MakkabeeŽn 14:12
En hij riep terstond Nicanor, die over de olifanten gesteld was, en hem gemaakt hebbende tot overste over Judea, zond hem derwaarts;

2 MakkabeeŽn 14:19
Daarom zond hij Posidonius, en Theodotus, en Mattathias, om de rechterhand te geven en te ontvangen.

2 MakkabeeŽn 14:39
Nicanor nu willende openbaar maken de vijandschap, die hij had tegen de Joden, zond over de vijfhonderd soldaten omhem te vangen.

2 MakkabeeŽn 15:31
En als hij daar gekomen was, en tezamen geroepen had zijn volk, en de priesters, staande voor het altaar, zond hij heen naar degenen, die in de burcht waren.