Vindplaatsen van het woord zerahieten in het oude testament (4 verzen):

Numeri 26:13
Van Zerah het geslacht der Zerahieten; van Saul het geslacht der Saulieten.

Numeri 26:20
Alzo waren de zonen van Juda naar hun geslachten: van Sela het geslacht der Selanieten; van Perez het geslacht der Perezieten; van Zerah het geslacht der Zerahieten.

1 Kronieken 27:11
De achtste, in de achtste maand, was Sibbechai, de Husathiet, van de Zerahieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

1 Kronieken 27:13
De tiende, in de tiende maand, was Maharai, de Nethofathiet, van de Zerahieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.