Vindplaatsen van het woord zegen in het nieuwe testament (3 verzen):

Romeinen 15:29
En ik weet, dat ik, tot u komende, met vollen zegen des Evangelies van Christus komen zal.

2 KorinthiŽrs 9:5
Ik heb dan nodig geacht deze broeders te vermanen, dat zij eerst tot u zouden komen, en voorbereiden uw te voren aangedienden zegen; opdat die gereed zij, alzo als een zegen, en niet als een vrekheid.

HebreeŽn 6:7
Want de aarde, die den regen, menigmaal op haar komende, indrinkt, en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door welke zij ook gebouwd wordt, die ontvangt zegen van God;