Vindplaatsen van het woord zoba in het oude testament (13 verzen):

1 SamuŽl 14:47
Toen nam Saul het koninkrijk over IsraŽl in; en hij streed rondom tegen al zijn vijanden, tegen Moab, en tegen de kinderen Ammons, en tegen Edom, en tegen de koningen van Zoba, en tegen de Filistijnen; en overal, waar hij zich wendde, oefende hij straf.

2 SamuŽl 8:3
David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heen toog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath.

2 SamuŽl 8:5
En de SyriŽrs van Damaskus kwamen om Hadad-ezer, den koning van Zoba, te helpen; maar David sloeg van de SyriŽrs twee en twintig duizend man.

2 SamuŽl 8:12
Van SyriŽ, en van Moab, en van de kinderen Ammons, en van de Filistijnen, en van Amalek, en van den roof van Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba.

2 SamuŽl 10:6
Toen nu de kinderen Ammons zagen, dat zij zich bij David stinkende gemaakt hadden, zonden de kinderen Ammons heen, en huurden van de SyriŽrs van Beth-rechob, en van de SyriŽrs van Zoba, twintig duizend voetvolks, en van den koning van Maacha duizend man, en van de mannen van Tob twaalf duizend man.

2 SamuŽl 10:8
En de kinderen Ammons togen uit, en stelden de slagorde voor de deur der poort; maar de SyriŽrs van Zoba, en Rechob, en de mannen van Tob en Maacha waren bijzonder in het veld.

2 SamuŽl 23:36
Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;

1 Koningen 11:23
Ook verwekte God hem een wederpartijder, Rezon, den zoon van Eljada, die gevloden was van zijn heer Hadad-ezer, den koning van Zoba,

1 Kronieken 18:3
David sloeg ook Hadar-ezer, den koning van Zoba, naar Hamath toe, toen hij heentoog, om zijn hand te stellen aan de rivier Frath.

1 Kronieken 18:5
En de SyriŽrs van Damaskus kwamen, om Hadar-ezer, den koning van Zoba, te helpen; maar David sloeg van de SyriŽrs twee en twintig duizend man.

1 Kronieken 18:9
Toen Thou, de koning van Hamath, hoorde, dat David de ganse heirkracht van Hadar-ezer, den koning van Zoba, geslagen had;

1 Kronieken 19:6
Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit MesopotamiŽ, en uit SyriŽ-maacha, en uit Zoba;

Psalmen 60:2
Als hij gevochten had met de SyriŽrs van MesopotamiŽ, en met de SyriŽrs van Zoba; en Joab wederkwam, en de Edomieten sloeg in het Zoutdal, twaalf duizend.