Vindplaatsen van het woord ziklag in het oude testament (12 verzen):

Jozua 15:31
En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,

Jozua 19:5
En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-suza,

1 SamuŽl 27:6
Toen gaf Achis te dien dage Ziklag; daarom is Ziklag van de koningen van Juda geweest tot op dezen dag.

1 SamuŽl 30:1
Het geschiedde nu, als David en zijn mannen den derden dag te Ziklag kwamen, dat de Amalekieten in het zuiden en te Ziklag ingevallen waren, en Ziklag geslagen, en dezelve met vuur verbrand hadden;

1 SamuŽl 30:14
Wij waren ingevallen tegen het zuiden van de Cherethieten, en op hetgeen van Juda is, en tegen het zuiden van Kaleb; en wij hebben Ziklag met vuur verbrand.

1 SamuŽl 30:26
Als nu David te Ziklag kwam, zo zond hij tot de oudsten van Juda, zijn vrienden, van den buit, zeggende: Ziet, daar is een zegen voor ulieden, van den buit der vijanden des HEEREN.

2 SamuŽl 1:1
Voorts geschiedde het na Sauls dood, als David van den slag der Amalekieten was wedergekomen, en David twee dagen te Ziklag gebleven was;

2 SamuŽl 4:10
Dewijl ik hem, die mij boodschapte, zeggende: Zie, Saul is dood; daar hij in zijn ogen was als een, die goede boodschap bracht, nochtans gegrepen en te Ziklag gedood heb, hoewel hij meende, dat ik hem bodenloon zou geven;

1 Kronieken 4:30
En te BethuŽl, en te Horma, en te Ziklag,

1 Kronieken 12:1
Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.

1 Kronieken 12:20
Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en MichaŽl, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.

Nehemia 11:28
En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,