Vindplaatsen van het woord zuiden in de apocriefe geschriften (8 verzen):

4 Ezra 15:20
Zie ik roep tezamen, spreekt de Here, al de koningen der aarde om mij te vrezen, welke daar zijn van het westen, en van het zuiden, en van het oosten, en van Libanon, om tegen zichzelf te keren, en te vergelden hetgeen zij hun aangedaan hebben.

4 Ezra 15:34
Ziet, daar komen wolken van het oosten en noorden tot in het zuiden, haar aanzien is zeer gruwzaam, vol toorn en onweder.

4 Ezra 15:38
En daarna zullen er grote slagregenen komen van het zuiden en van het noorden, en nog een ander deel van het westen.

Judith 2:13
En hij vernielde Pud en Lud, en beroofde alle kinderen van Gases, en de kinderen IsmaŽls, die daar woonden aan de woestijn tegen het zuiden des lands Chellon, en hij trok over de Eufraat, en trok door MesopotamiŽ,

Judith 2:15
En hij nam de landpalen van CiliciŽ in, en versloeg allen, die hem wederstonden, en kwam tot aan de landpalen van Jafet, die tegen het zuiden en tegen ArabiŽ liggen.

Judith 7:12
En het heer der kinderen Ammons, en vijfduizend uit de kinderen van Assur met hen trokken voort, en sloegen hun leger in het dal, en namen de waterleidingen en fonteinen van de kinderen IsraŽls eerst in, en de kinderen Ezau's, en de kinderen Ammons klommen op, en sloegen hun leger op het gebergte tegenover DothaÔm, en zonden enigen uit de hunnen tegen het zuiden en het oosten, tegenover Ekrebel, hetwelk ligt bij Chus, die is omtrent de beek Mochmor; en het overige leger der AssyriŽrs legde zich neder in het vlakke veld, en bedekte het gehele aangezicht des lands, en hun tenten, en hun andere toerustingen legerden zij in grote hopen, en waren een zeer grote menigte;

1 MakkabeeŽn 3:57
En zo is het leger opgebroken, en zij legerden zich tegen het zuiden van EmmaŁs.

1 MakkabeeŽn 5:65
En Judas en zijn broeders trokken uit en bestreden de kinderen van Ezau, in het land dat tegen het zuiden ligt, en hij sloeg Chebron, en haar vlekken.