Vindplaatsen van het woord zeventig in de apocriefe geschriften (7 verzen):

3 Ezra 1:58
Totdat het land aan zijn Sabbatten een welbehagen had, en al de tijd van zijn verwoesting gerust had, totdat zeventig jaren vervuld waren.

3 Ezra 8:37
Uit de kinderen van Elam, Jesia, de zoon van Gotholia, en met hem zeventig mannen; uit de kinderen van Safatja, Zaraja, de zoon van MichaŽl, en met hem zeventig mannen.

3 Ezra 8:42
Uit de kinderen van Adonikam, de laatsten, en deze zijn hun namen: Elifala, de zoon van Gevel, en Jamaja, en met hen zeventig mannen; uit de kinderen van Bagenthi, de zoon van Istaleumi, en met hem zeventig mannen.

4 Ezra 14:46
Maar de laatste zeventig boeken zult gij behouden, opdat gij die de wijzen onder het volk overlevert.

Judith 1:2
En bouwde rondom Ecbatana muren van gehouwen stenen, die drie ellen waren in de breedte, en zes ellen in de lengte; en maakte de hoogte des muurs zeventig ellen, en zijn breedte vijftig ellen;

Judith 1:5
En maakte haar poorten verheven tot de hoogte van zeventig ellen, en dezer poorten breedte van veertig ellen, tot de uittocht van zijn machtige legers, en tot de ordeningen van zijn voetvolk.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:9
En de priesters van Bel waren zeventig, zonder de vrouwen en kinderen en de koning ging met DaniŽl in het huis van Bel.