Vindplaatsen van het woord zuchten in de apocriefe geschriften (9 verzen):

4 Ezra 1:19
Toen had ik medelijden met uw zuchten, en heb u manna tot spijs gegeven; gij hebt der engelen brood gegeten.

4 Ezra 16:40
Zo zullen de ongevallen niet vertoeven op aarde te komen, en de wereld zal zuchten, en de smarten zullen haar omvangen.

Boek der Wijsheid 5:3
En berouw hebbende, zullen zij onder elkander zeggen, en door angst des geestes zuchten, en zeggen: Deze was het over wie wij eertijds lachten, en die wij voor een smadelijke beschimping hadden.

Boek der Wijsheid 11:13
Want een dubbel verdriet beving hen en een zuchten, met de gedachtenis der dingen die voorbijgegaan waren.

Jezus Sirach 25:22
In het midden van zijn naasten zal haar man aanzitten en zal ongaarne zuchten om harentwil.

Jezus Sirach 36:27
Waar geen heining is, daar wordt hetgeen men bezit verscheurd, en waar geen vrouw is, daar zal de man zuchten en dwalen.

3 MakkabeeŽn 1:15
Ook zijn de dochters, die in haar kamers besloten waren, met haar moeders uitgelopen, en bestrooiden het haar met stof, en lieten het hangen, en vervulden de straten met klagen en zuchten.

3 MakkabeeŽn 4:2
Maar de Joden waren in een gedurige droefheid, en hun gekrijt was jammerlijk, met tranen en zuchten, hun hart brandde alleszins, en zuchtte over dat onverwacht verderf, hetwelk jegens hen zo schielijk besloten was.

3 MakkabeeŽn 6:29
En zij hielden op van het droevig klaaglied, en hieven weder aan de lofzangen hunner vaderen, God de behouder en wonderwerker prijzende; en zij weerden van zich al het treuren en zuchten, en stelden vrolijke reien aan tot een teken der vreedzame blijdschap.