Vindplaatsen van het woord zestig in de apocriefe geschriften (4 verzen):

3 Ezra 5:41
Al de IsraŽlieten nu waren van twaalf jaren en daarboven, zonder de dienstknechten en dienstmaagden, tweeŽnveertigduizend, driehonderd en zestig.

3 Ezra 6:25
Van hetwelk de hoogte zou zijn zestig ellen, en de breedte zestig ellen, met drie wanden van gehouwen stenen, en een wand van nieuw hout van dat land, en dat men de onkosten zou geven uit het huis Cyrus de koning.

Judith 1:4
En legde het fundament van de muren daarvan tot zestig ellen in de breedte.

1 MakkabeeŽn 7:16
En zij geloofden hem; doch zij namen uit hen zestig mannen, en hij doodde hen op een dag, naar de woorden die de Psalmist geschreven heeft: