Vindplaatsen van het woord zong in het oude testament (5 verzen):

Exodus 15:1
Toen zong Mozes en de kinderen IsraŽls den HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.

Numeri 21:17
(Toen zong IsraŽl dit lied: Spring op, gij put, zingt daarvan bij beurte!

Richteren 5:1
Voorts zong Debora, en Barak, de zoon van Abinoam, ten zelven dage, zeggende:

1 SamuŽl 21:11
Doch de knechten van Achis zeiden tot hem: Is deze niet David, de koning des lands? Zong men niet van dezen in de reien, zeggende: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden?

2 Kronieken 29:28
De ganse gemeente nu boog zich neder, als men het gezang zong, en met trompetten trompette; dit alles totdat het brandoffer voleind was.