Vindplaatsen van het woord zevenhonderd in het oude testament (39 verzen):

Genesis 5:26
En Methusalach leefde, nadat hij Lamech gewonnen had, zevenhonderd twee en tachtig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

Genesis 5:31
Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zeven en zeventig jaren; en hij stierf.

Exodus 38:24
Al het goud, dat tot het werk verarbeid is, in het ganse werk des heiligdoms, te weten, het goud des beweegoffers, was negen en twintig talenten, en zevenhonderd en dertig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.

Exodus 38:25
Het zilver nu van de getelden der vergadering was honderd talenten, en duizend zevenhonderd vijf en zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.

Exodus 38:28
Maar uit de duizend zevenhonderd vijf en zeventig sikkelen maakte hij de haken aan de pilaren, en hij overtrok hun hoofden, en omtoog ze met banden.

Numeri 1:39
Waren hun getelden van den stam van Dan twee en zestig duizend en zevenhonderd.

Numeri 2:26
Zijn heir nu, en zijn getelden waren twee en zestig duizend en zevenhonderd.

Numeri 4:36
Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.

Numeri 16:49
Die nu aan die plaag gestorven zijn, waren veertien duizend en zevenhonderd, behalve die gestorven waren om de zaak van Korach.

Numeri 26:7
Dit zijn de geslachten der Rubenieten; en hun getelden waren drie en veertig duizend zevenhonderd en dertig.

Numeri 26:34
Dat zijn de geslachten van Manasse: en hun getelden waren twee en vijftig duizend en zevenhonderd.

Numeri 26:51
Dat zijn de getelden van de zonen IsraŽls: zeshonderd een duizend zevenhonderd en dertig.

Numeri 31:52
En al het goud der heffing, dat zij den HEERE offerden, was zestien duizend zevenhonderd en vijftig sikkelen, van de hoofdlieden der duizenden, en van de hoofdlieden der honderden.

Richteren 8:26
En het gewicht der gouden voorhoofdsierselen, die hij begeerd had, was duizend en zevenhonderd sikkelen gouds, zonder de maantjes, en ketenen, en purperen klederen, die de koningen der Midianieten aangehad hadden, en zonder de halsbanden, die aan de halzen hunner kemelen geweest waren.

Richteren 20:15
En de kinderen van Benjamin werden te dien dage geteld uit de steden, zes en twintig duizend mannen, die het zwaard uittrokken, behalve dat de inwoners van Gibea geteld werden, zevenhonderd uitgelezene mannen.

Richteren 20:16
Onder al dit volk waren zevenhonderd uitgelezene mannen, welke links waren; deze allen slingerden met een steen op een haar, dat het hun niet miste.

2 SamuŽl 8:4
En David nam hem duizend wagens af, en zevenhonderd ruiteren, en twintig duizend man te voet; en David ontzenuwde alle wagenpaarden, en hield daarvan honderd wagenen over.

2 SamuŽl 10:18
Maar de SyriŽrs vloden voor IsraŽls aangezicht, en David versloeg van de SyriŽrs zevenhonderd wagenen, en veertig duizend ruiteren; daartoe sloeg hij Sobach, hun krijgsoverste, dat hij aldaar stierf.

1 Koningen 11:3
En hij had zevenhonderd vrouwen, vorstinnen, en driehonderd bijwijven en zijn vrouwen neigden zijn hart.

2 Koningen 3:26
Doch als de koning der Moabieten zag, dat hem de strijd te sterk was, nam hij tot zich zevenhonderd mannen, die het zwaard uittogen, om door te breken tegen den koning van Edom; maar zij konden niet.

1 Kronieken 5:18
Van de kinderen van Ruben, en van de Gadieten, en van den halven stam van Manasse, van de strijdbaarste mannen, schild en zwaard dragende, en den boog spannende, en ervaren in den krijg, waren vier en veertig duizend zevenhonderd en zestig, uitgaande in het heir.

1 Kronieken 9:13
Daartoe hun broeders, hoofden in de huizen hunner vaderen, duizend zevenhonderd en zestig, kloeke helden aan het werk van den dienst van het huis Gods.

1 Kronieken 12:27
En Jehojada was overste der Ašronieten; en met hem waren er drie duizend en zevenhonderd.

1 Kronieken 26:30
Van de Hebronieten was Hasabja, en zijn broeders, kloeke mannen, duizend en zevenhonderd, over de ambten van IsraŽl op deze zijde van de Jordaan tegen het westen, over al het werk des HEEREN, en tot den dienst des konings.

1 Kronieken 26:32
En zijn broeders waren kloeke lieden, twee duizend en zevenhonderd hoofden der vaderen; en de koning David stelde hen over de Rubenieten, en Gadieten, en den halven stam der Manassieten, tot alle zaken Gods en de zaken des konings.

2 Kronieken 15:11
En zij offerden den HEERE ten zelfden dage van den roof, dien zij gebracht hadden, zevenhonderd runderen en zeven duizend schapen.

2 Kronieken 17:11
En van de Filistijnen brachten zij Josafat geschenken met het opgelegde geld; ook brachten hem de Arabieren klein vee, zeven duizend en zevenhonderd rammen, en zeven duizend en zevenhonderd bokken.

Ezra 2:5
De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

Ezra 2:9
De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

Ezra 2:25
De kinderen van Kirjath-arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

Ezra 2:33
De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

Ezra 2:66
Hun paarden waren zevenhonderd zes en dertig; hun muildieren, tweehonderd vijf en veertig;

Ezra 2:67
Hun kemelen, vierhonderd vijf en dertig; de ezelen, zes duizend zevenhonderd en twintig.

Nehemia 7:14
De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

Nehemia 7:29
De mannen van Kirjath-jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;

Nehemia 7:37
De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

Nehemia 7:68
Hun paarden, zevenhonderd zes en dertig; hun muildieren, tweehonderd vijf en veertig;

Nehemia 7:69
Kemelen, vierhonderd vijf en dertig; ezelen, zes duizend, zevenhonderd en twintig.

Jeremia 52:30
In het drie en twintigste jaar van Nebukadrezar voerde Nebuzaradan, de overste der trawanten, gevankelijk weg van de Joden zevenhonderd vijf en veertig zielen. Alle zielen zijn vier duizend en zeshonderd.