Vindplaatsen van het woord zevenhonderd in de apocriefe geschriften (3 verzen):

3 Ezra 1:9
Doch Chelkia, en Zacharia, en SuŽlus, die Oversten des tempels waren, schonken aan de priesters voor het Pascha, tweeduizendzeshonderd schapen, en driehonderd kalveren. Maar Jechonia, en Semea, en NathanaŽl zijn broeder, en Hasabia en OchiŽl en Joram, overste over duizend, gaven de Levieten, voor het Pascha vijfduizend schapen, en zevenhonderd kalveren.

3 Ezra 5:10
De kinderen Sarat vierhonderdtweeŽnzeventig. De kinderen van Ares zevenhonderd zesenvijftig.

3 Ezra 5:12
De kinderen van Elam duizendtweehonderdvierenvijftig. De kinderen van ZathaÔ negenhonderdvijfenzeventig. De kinderen van Chorvas zevenhonderd en vijf. De kinderen van Bani zeshonderdachtenveertig.