Vindplaatsen van het woord zekerheid in de apocriefe geschriften (7 verzen):

4 Ezra 7:51
En dat ons weggelegd zijn woningen der gezondheid, en der zekerheid, en wij toch kwalijk geleefd hebben?

4 Ezra 7:53
En dat het paradijs getoond wordt, welks vrucht onverderfelijk blijft, waarin zekerheid en heilzaamheid is, en wij daar niet ingaan?

Boek der Wijsheid 12:11
Want het was een vervloekt zaad van den beginne; noch iemand vrezende, gaaft gij hun zekerheid in hetgeen waarin zij zondigden.

Susanna (Dan. 13) 1:48
Doch hij staande in het midden van hen, zeide: Zijt gij kinderen Israëls zo dwaas, dat gij een dochter Israëls veroordeelt, eer gij de zaak onderzocht en de zekerheid daarvan verstaan hebt?

2 Makkabeeën 3:22
Dezen dan riepen tot de Here Almachtig, dat hij dit geld, hetwelk toevertrouwd was in alle zekerheid onbeschadigd bewaren wilde, voor degenen, die het toevertrouwd hadden.

2 Makkabeeën 15:1
Nicanor, nu verstaande dat degenen die met Judas waren, zich onthielden in de plaatsen van Samarië, heeft raad genomen, dat hij hen op de rustdag met alle zekerheid zou overvallen.

2 Makkabeeën 15:11
En wapende zo een ieder van hen, niet zozeer met zekerheid van schilden en spiesen, als met vermaning van goede woorden en hun daarbij verhaald hebbende een geloofwaardige droom, maakte hij hen allen tezamen zeer verheugd.