Vindplaatsen van het woord zondaren in het oude testament (4 verzen):

Psalmen 1:1
Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

Psalmen 26:9
Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds;

Spreuken 23:17
Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt te allen dage in de vreze des HEEREN.

Jesaja 33:14
De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; zij zeggen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan?