Vindplaatsen van het woord zondaar in de apocriefe geschriften (27 verzen):

4 Ezra 15:22
Mijn hand zal de zondaar niet verschonen, en mijn zwaard zal niet ophouden over degenen, die onschuldig bloed vergieten op aarde.

4 Ezra 16:54
De zondaar zegge niet, dat hij niet heeft gezondigd, want vurige kolen zal hij op het hoofd desgenen branden, die zegt: Ik heb niet gezondigd voor God de Here en voor zijn heerlijkheid.

Jezus Sirach 1:25
In de schatten der wijsheid zijn gelijkenissen der wetenschap, maar de godsdienstigheid is de zondaar een gruwel.

Jezus Sirach 2:14
Wee de bevreesde harten, en de slappe handen en de zondaar die twee paden ingaat.

Jezus Sirach 5:11
Wan niet in allerlei wind, en ga niet in allerlei pad, zo doet de zondaar die tweetongig is.

Jezus Sirach 6:1
WORD geen vijand in plaats van een vriend, want zulk een zal een boze naam, schaamte en verwijt beŽrven; zo zal ook de zondaar, die tweetongig is, oneer behalen.

Jezus Sirach 9:14
Benijd de zondaar zijn eer niet, want gij weet niet welke zijn verandering is.

Jezus Sirach 10:26
Het is niet recht dat men een arme onteert die verstandig is, en het betaamt niet dat men een zondaar eert.

Jezus Sirach 11:33
Van een kleine vonk wordt de gloeiende kool vermenigvuldigd, en een mens die een zondaar is loert op bloed.

Jezus Sirach 12:4
Geef degene die God vreest, en neem u de zondaar niet aan.

Jezus Sirach 12:6
Want ook de Allerhoogste haat de zondaars, en de godvrezende zal hij wreken, maar genen bewaart hij tot de krachtige dag der wraak. Geef degene die vroom is, en neem u de zondaar niet aan.

Jezus Sirach 12:13
Wie zal zich ontfermen over een bezweerder, die van een slang gebeten is? en over allen die tot de wilde dieren naderen? zo gaat het met hem die zich ophoudt bij een zondaar, en zich vermengt in zijn zonden.

Jezus Sirach 13:20
Wat gemeenschap zal een wolf hebben met een lam? zo is een zondaar tegen degene, die de Here vreest.

Jezus Sirach 15:12
Zeg niet, hij heeft mij gemaakt, want hij heeft de zondaar niet van node.

Jezus Sirach 16:14
De zondaar zal niet ontvlieden met zijn roof; en de verwachting van de godzalige zal niet achterblijven.

Jezus Sirach 20:8
De zondaar heeft een welbehagen in boze dingen, en menige vond strekt tot schade.

Jezus Sirach 21:7
Wie bestraffing haat, die staat in de voetstappen van de zondaar, en wie de Here vreest, die bekeert zich van harte.

Jezus Sirach 21:11
De weg van de zondaar is van stenen geŽffend, doch aan het uiterste daarvan is de gracht der hel.

Jezus Sirach 23:7
De zondaar zal in zijn onvoorzichtigheid gevat worden, en een schimper en hovaardige zullen zich daaraan stoten.

Jezus Sirach 28:10
Een zondaar ontroert vrienden, en onder degenen die vrede hebben, werpt hij laster in.

Jezus Sirach 29:19
De zondaar keert een goede borgschap om.

Jezus Sirach 29:20
De zondaar, wanneer men voor hem borg geworden is, zal vlieden, en een onnut mens zal in zijn. gedachten verlaten degene, die hem verlost heeft.

Jezus Sirach 29:23
Een zondaar overtredende de geboden des Heren zal in borgschap vervallen, en die aanneming van zware werken najaagt, zal in het gericht vallen.

Jezus Sirach 33:15
Gelijk het goede staat tegen het kwade, en het leven tegen de dood, zo staat de godvrezende tegen de zondaar, zo ook de zondaar tegen de godvrezende man; en ingelijks, aanschouw al de werken des Allerhoogsten, zij zijn alle twee, het een tegen het ander.

Jezus Sirach 39:31
Alle deze gelijk ze de godvrezende goede dingen zijn, zo worden ze de zondaar in kwaad verkeerd.

Gebed van Manasse 1:8
Gij, Here, die een God zijt der rechtvaardigen, hebt de boetvaardigheid niet opgelegd aan de rechtvaardige Abraham, Izašk en Jakob, welke tegen u niet hebben gezondigd; maar gij hebt mij boetvaardigheid opgelegd, die een zondaar ben.

1 MakkabeeŽn 2:48
Zij bevrijdden de wet uit de hand der heidenen, en uit de hand der koningen, en gaven de hoorn der overwinning niet aan die zondaar.