Vindplaatsen van het woord zot in de apocriefe geschriften (2 verzen):

Jezus Sirach 18:18
Een zot verwijt zijn weldaad onbeleefd, en de gift van een nijdig mens doet hem de ogen uitdrogen.

Jezus Sirach 33:5
Het binnenste van de zot is gelijk het rad aan een wagen, en zijn overlegging is gelijk een as die omloopt.