Vindplaatsen van het woord zoek in het nieuwe testament (6 verzen):

Johannes 5:30
Ik kan van Mijzelven niets doen. Gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar den wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft.

Johannes 8:50
Doch Ik zoek Mijn eer niet; er is Een, Die ze zoekt en oordeelt.

1 KorinthiŽrs 7:27
Zijt gij aan een vrouw verbonden, zoek geen ontbinding; zijt gij ongebonden van een vrouw, zoek geen vrouw.

2 KorinthiŽrs 12:14
Ziet, ik ben ten derden male gereed, om tot u te komen, en zal u niet lastig zijn; want ik zoek niet het uwe, maar u; want de kinderen moeten niet schatten vergaderen voor de ouders, maar de ouders voor de kinderen.

Galaten 1:10
Want predik ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus.

Filippensen 4:17
Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening.