Vindplaatsen van het woord zingen in de apocriefe geschriften (4 verzen):

Tobias (Tobit) 13:8
Ik zal mijn God verheffen, en mijn ziel zal de Koning des hemels loven, en zijn grote heerlijkheid met vreugde zingen.

Tobias (Tobit) 13:20
En de straten van Jeruzalem zullen met berylsteen en karbonkel, en stenen uit Ofir bestraat worden, en al haar wijken zullen zeggen: Halleluja! en zullen prijs zingen, zeggende:

Judith 16:1
EN Judith begon deze dankzegging te zingen onder gans IsraŽl, en het gehele volk zong deze lofzang haar na.

Judith 16:15
Ik zal mijn God een lofzang zingen.